Home > Recepten > Rendang

Rendang

21 september 2007

Een paar dagen geleden schreef ik over mijn ‘Blauwe hap‘. Inmiddels hebben we in de familie een verjaardag gevierd en één van de gespreksonderwerpen (met de Jongste Ome: gepensioneerd slachter, slager en keurmeester – tegenwoordig begenadigd thuiskok) vormde de bereiding van ‘Rendang’: een Indisch stoofgerecht van rundvlees.

Je kunt het kant-en-klaar kopen bij de warung, maar zelfgemaakt geeft het toch nèt iets meer voldoening. Wil je het tòch in de winkel halen, spreek het dan alsjeblieft wèl goed uit: r’ndáng in plaats van rèn-dang!

Een vaste receptuur voor dit gerecht kan ik niet geven: een ieder maakt het op z’n eigen eigenwijze wijze. Ik doe het meestal als volgt:

  • 1 pd rundvlees (poulet of in blokjes gesneden runderlappen)
  • 1 pakje of blikje klappermelk (kokosmelk)
  • 1 ui
  • 25 à 50 gr pepers (rawit – of Madame Jeanette, onder het motto ‘heter = beter’)
  • geraspte droge witte kokos of seroendeng (geraspte geroosterde kokos)
  • 2 tot 3 tenen knoflook
  • 2 tot 3 salam- of laurierbladeren
  • 1 tot 2 serehstengels (citroengras)
  • ½ vingerkootje verse gember
  • ½ vingerkootje laos
  • 1 flinke tomaat

Breng een pan water tegen de kook en doe daarin het rundvlees. Trek daar gedurende een uurtje of drie op een laag pitje een mooie bouillon van, tot het vlees goed gaar is.
Giet het vocht niet weg: dat kan nog dienen als kookwater voor de rijst of als basis voor een soep.

Maak een pasta van de fijngesneden ui, knoflook, gember, laos, tomaat en pepers met toevoeging van wat olie.

Verhit een scheutje arachideolie in een braadpan en roerbak het mengsel op gematigd vuur tot de aroma’s vrijkomen (ca. 3 minuten).

Doe de serehstengels en salam- of laurierbladeren erbij en roerbak tot alle ingrediënten zijn verhit (4 tot 5 minuten).

Voeg nu de klappermelk toe. Breng het mengsel zachtjes aan de kook onder voortdurend roeren.

Voeg vervolgens het vlees toe en laat het mengsel onder regelmatig roeren (zonder deksel) zachtjes koken tot het vlees mals is, en de saus zo goed als ingekookt (30 tot 45 minuten). Zo nodig af en toe een scheutje water toevoegen als de saus dreigt droog te koken.

Tenslotte – vlak voor het opdienen – sereh en bladeren verwijderen, en zoveel geraspte kokos toevoegen dat er een ‘droog’ korrelig mengsel ontstaat.

Opdienen met ‘nasi putih’ (witte rijst) en een Indisch groentegerecht naar smaak en keuze, bijvoorbeeld ‘gado gado’ of ‘sambal goreng buncis’.

Tip 1:
Als je besluit om ècht hete pepers te gebruiken (zoals hierboven genoemd), gebruik dan plastic handschoentjes bij het fijnsnijden. Je wilt niet weten wat er gebeurt als je – zelfs uren na de keukenarbeid – onverhoeds in je ogen wrijft: een uurtje jodelen, gegarandeerd!

Tip 2:
Als de rendang wat àl te pittig uitvalt, probeer je smaakpapillen dan niet tot bedaren te brengen met bier of andere koude drank: dat werkt averechts. Warme zoete thee helpt veel beter, of anders wat ‘pisang goreng’ (gebakken banaan).

Categorieën:Recepten Tags: ,