Home > Eetgewoonten, Verhalen > Zeurkous van het jaar

Zeurkous van het jaar

17 januari 2008

Ach, wat aardig… Anzj (van de Mangerie, ja die!) mist mijn stukkies, getuige haar laatste reactie onder het recept van Chow Mein.

Tsja, wat moet ik dáár nu op zeggen, behalve dan dat ik me gevleid voel? Nuja, laat ik maar een beetje voor-de-vuist-weg gaan zitten typen, dan kom ik – hopelijk – verderop wel tot een soort slotsom.

Om te beginnen ontbreekt het mij momenteel aan motivatie om iets creatiefs met potten en pannen te doen. Ik zou haast zeggen: het is tòch paarlen voor de zwijnen, maar dan doe ik mijn Wijze Oude Moeder tekort.

De situatie is deze: het gedonder begint dagelijks op het ogenblik dat ik me op de één of andere manier met voedsel dreig te gaan bemoeien, zoals bijvoorbeeld boodschappen doen.

De Patiënt begint dan zijn vaste lijstje op te dreunen, en ik kan het wel dromen: „Neem je speculaasjes mee? En rosbief? En Slankie? (Door hem steevast met een flinke dosis sarcasme uitgesproken als ‘slenkie’.) En yoghurt? En soep? En bruine bonen?”

Even over deze – op het eerste gezicht – onsamenhangende opsomming: er zit wel degelijk enige lijn in. Een speculaasje màg namelijk van dokter en diëtiste. Onder het motto ‘eentje voor het lekker, en dan nog eentje voor de pillendraaier’ worden dat er dus twee. Maal twee koffierondes per dag… maakt vier!

Rosbief. De Patiënt eet ook wel eens een plakje ham of gekookte Gelderse worst, maar rosbief is bij uitstek een soort vleeswaar die je ongestraft met peper en zout kunt bestrooien. En dan vooral zout! Dat is namelijk zijn lievelingsgerecht. Om diezelfde reden is hij ook dol op eieren en tomaten…

Slankie. Eigenlijk vergelijkbaar met het verhaal over speculaas. Het staat in het dieet en dus permitteert meneer zich elke dag een kuipje. Tsja, dat noem ik ‘jezelf voor de gek houden’. Hij eet dan weliswaar smeerkaas met een betrekkelijk laag vetpercentage, maar wèl vier keer zoveel als een normaal mens zou doen. Ohja, en als ik er voor mijn moeder een kuipje volvette ‘Pikantje’ (of hoe heet die smeerbare sambalkaas?) naast zet, moet ze snel zijn… anders is dat óók nog verdwenen!! En dan te bedenken dat ik trouw vetarme crackers voor hem inkoop. Zinloos, dus.

Yoghurt. De dokter heeft zich ooit laten ontvallen dat De Patiënt zijn medicijnen ook wel met een schepje yoghurt mag innemen als het met water niet goed lukt. Met als gevolg dat er nu evenzoveel schaaltjes yoghurt doorheen gejast worden als er medicijnen moeten worden ingenomen (5x daags). Oké, wèl de magere milde variant, maar tòch…

Soep. Simpel: daar hoef je immers niet op te kauwen?

En over die vermaledijde bruine bonen heb ik me op dit blog al eerder opgewonden (zie opnieuw onder Chow Mein) dus daar wil ik het eigenlijk niet eens meer over hebben. Ik denk dat die nare melige bonen, waarvoor – nèt als Bartje – geen zinnig mens zou bidden, door De Patiënt als excuus worden gebruikt om flink veel uitgebakken vetspek en rookworst in het dieet te kunnen smokkelen.

Nu even over mijn koken gedurende de afgelopen dagen. Daar valt eigenlijk niets over te schrijven. Het langdurig bereiden van allerlei lekkers uit verse, gezonde ingrediënten kwam me in de voorbije maanden steevast op passief-agressieve stiltes, cynische commentaren of – erger nog – regelrechte scheldkanonnades te staan.

Maar du-moment dat mijn moeder iets voorschotelt – zoals enkele weken geleden haar (per ongeluk) aangebrande, zwartgeblakerde sucadelapjes – dan kraait hij al bij de eerste hap hoe lekker het is!

Dus beperk ik mij – op de spaarzame ogenblikken dat ik me nog inspan – tot het graaien naar wat simpele gerechten, die veelal uit potjes en pakjes afkomstig zijn. Van die deerniswekkende ‘recepten’ wil ik u lezer eigenlijk niet eens deelgenoot maken.

Maar De Patiënt is in elk geval gerustgesteld als zijn voedsel door Honig of Heinz is voorbereid. Daar kan kennelijk zelfs ìk niets meer aan verprutsen.

Zo maakte ik vandeweek een soort ‘Kip Madras’ op basis van een milde currypasta van de firma Patak, met spinazie-uit-de-diepvries en witte rijst. De kip was zo’n treurigstemmend filetje uit de supermarkt en de spinazie heb ik opgeleukt met een blikje maiskorrels, een sjalotje en twee tenen gesnipperde knoflook (maar daar heb ik wijselijk m’n mond over gehouden).

Gisteren eigenlijk netzoiets: verse ravioli van AH (uit het koelvak, nabij de groenten) met gekookte stronkjes niets-aan-de-hand broccoli en een onbestemde tomaatsaus van Bertolli waaraan ik wat rul gehakt, een gekneusde teen knoflook en verse kruiden (tijm, rozemarijn en salie) heb toegevoegd om het geheel toch nog énige smaak te verschaffen.

Toen de blanke, beetgare deegkussentjes werden opgediend zàg ik De Patiënt denken: ‘geef mij maar die papperige blik-ravioli in ketchup’. Hij hield weliswaar z’n mond maar de stiltes waren weer veelbetekenend.

Kortom lieve Anzj: ik zou wel wìllen bloggen maar ik weet op dit moment niet zo goed waaróver. Als ik nog even door-jeremieer kan ik eerdaags misschien in aanmerking komen voor de titel ‘Zeurkous van het jaar’ maar dat zou betekenen dat ik je de rest van 2008 moet lastigvallen met meer van dit gelamenteer. En dàt wil ik je bepaald niet aandoen; het jaar duurt immers nog lang!

PS: Anzj opperde om Wijze Oude Moeder op te leiden tot Lerende Kookouder; het is duidelijk dat ze mijn mams niet kent, hahaha! Moeders’ mantra luidt namelijk: „Zo heb ik het altijd gedaan…”. Genoeg gezegd?

Categorieën:Eetgewoonten, Verhalen
  1. Anzj
    18 januari 2008 om 21.03

    Hopelijk eet je in ieder geval zèlf niet van de ‘snot uit blik’?!

  1. No trackbacks yet.
Reacties zijn gesloten.