Home > FoodBlog Event, Verhalen > Heimweevoedsel

Heimweevoedsel

12 januari 2009

Het grasduinen in familierecepten bracht onwillekeurig ook herinneringen terug aan vakanties uit mijn kinderjaren, die zich destijds vrijwel altijd in familiekring afspeelden. Veel van die herinneringen zijn met voedsel verbonden.

Zuid-Limburg

Het huis van mijn grootouders in het Zuid-Limburgse Treebeek, letterlijk onder de rook van De StaatsMijn Emma, was voor de hele familie een vaste pleisterplaats: ruimte genoeg en de geboden gastvrijheid schier grenzeloos.


…onder de rook van De StaatsMijn Emma

Oma bakte, braadde en kookte dat het een aard had, en als ze niet in de keuken te vinden was, kon je haar in de tuin aantreffen, die was opgesplitst in een boomgaard – waarin een reusachtige kersenboom domineerde – en een moestuin.
(Ik grapte weleens dat ik mijn grootmoeder voornamelijk kon herkennen aan haar achterwerk, aangezien ze meestentijds voorover gebogen met haar handen in de aarde stond te wroeten.)


…boomgaard en moestuin

Opa had m’n neefjes en mij uitdrukkelijk verboden om in die kersenboom te klimmen, angstig dat we eruit zouden kukelen… tót het ogenblik dat oogstperiode aanbrak. Dan mochten we legaal naar hartelust rondklauteren om alle kersen te plukken; eerst versierden we onze oren met ‘dubbelen’, vervolgens aten we onzelf buikpijn (elkaar met pitten bespuwend) en tenslotte brachten we de rest van de opbrengst zorgvuldig naar beneden.

Beide tuinen leverden een grote verscheidenheid aan gewassen op, die hètzij door Oma werden verwerkt in verse gerechten (bijvoorbeeld haar raapsteeltjes met gerookt mager spek en haar fameuze Limburgse vlaaien) òfwel werden ingemaakt voor later gebruik.

Dat inmaken – Wecken geheten – was nog een heel gedoe: glazen potten uitkoken in sodawater, daarna aan de lucht laten drogen (omgekeerd, op schone theedoeken), dan afvullen, eventueel zoeten of zouten, afsluiten met rubber ringen en klemmen en tenslotte verhitten in een grote Weck-ketel. De keuken leek dan wel op het laboratorium van de Ingenieur uit ‘Ja zuster, nee zuster’, of dat van de latere ‘Ti-ta-tovenaar’…

Eenmaal ingeweckte groenten en vruchten werden vervolgens op – door mijn opa vervaardigde – planken geplaatst in de reusachtige kelder die onder de volle lengte van het huis liep. Een hele wand vol met van die glazen voorraadpotten in allerlei kleuren en maten: het bood een spectaculaire aanblik. Zodoende was er – ondanks het ontbreken van een diepvrieskist – altijd voldoende voorraad voorhanden.

Oma Guste Opa Paul

Witte kool verdween – gesneden – in een grote Keulse pot waaraan zout, peperkorrels en jeneverbessen waren toegevoegd. De pot werd daarna afgevuld met water, bedekt met een schone doek en afgesloten met een ronde plank waarop een zware steen werd gelegd. De doek moest wekelijks in heet zout water worden uitgespoeld. Als het deksel (de plank) daarvoor tijdelijk werd verwijderd, kwam je een onpasselijk makende stank tegemoet, maar na enkele weken leverde dit proces desondanks heerlijke zuurkool op!

Zeeuws-Vlaanderen

Ook het Zeeuws-Vlaamse Breskens was ooit een trekpleister voor onze familie: mijn Oudste Tante bestierde daar – na het voortijdig overlijden van haar echtgenoot – een slagerij & slachterij. Zèlf woonde zij met haar drie kinderen pal achter de slagerswinkel, maar boven de aanpalende slachterij en worstkamer bezat ze nòg een woning met eigen opgang, die via een balkon aan de achterzijde met haar woonhuis was verbonden. Deze ‘bovenwoning’ fungeerde vrijwel permanent als gastenverblijf.


Slagerij de Jonge, Breskens

Lange zomers heb ik er doorgebracht: bij mooi weer naar het strand (‘strange’) of op de fiets langs kaarsrechte – met ‘peppels’ omzoomde – wegen door de akkers peddelen. Lui achterover liggen tegen de Westerscheldedijk en luisteren naar het gekwinkeleer van de leeuweriken, die zó hoog vlogen dat je ze niet of nauwelijks kon zien, maar des te beter kon horen. Vaak hadden we dan Zeeuwse bolussen en limonadegazeuse van huis meegenomen: allebei mierzoet en plakkerig, na het nuttigen waarvan je dringend toe was aan een lange douche en een bezoekje aan de tandarts, omdat het glazuur spontaan van je ivoren wachters was gesprongen…


…bij mooi weer naar het strand

Waren de weersomstandigheden eens wat minder gunstig, dan gingen we alikruiken (‘krukels’) rapen tussen de basaltblokken van de vele strekdammen en pieren die als lange tentakels de zee-arm in graaiden. (In gedachten hoor ik nòg het klaag’lijke loeien van de brulboeien als het zicht op de Schelde weer eens slecht was.) Bij thuiskomst werden die schelpjes met prei, ui, wortel en laurierblad in een grote pan kokend water gestort, waarna de hele familie – gezeten om een grote woonkeukentafel – met naalden het verse zeebanket uit hun huisjes peuterde.

Aan diezelfde tafel werden tijdens het kampeerseizoen ook door vele helpende handen gehaktballen, allerlei vinken (blinde- en sla-) en andere vleesproducten gedraaid, waarmee de omliggende kampeerterreinen werden bevoorraad, in de Ford Taunus van mijn Oudste Tante. Mijn moeder had nèt haar rijbewijs behaald en ging die bestellingen vaak uitrijden: stuivend over de vele onverharde weggetjes rond Breskens trok ze dan een spoor van stof, dat – tot onze grote kinderpret, leunend over de achterbank – nog minutenlang boven de weidse akkers en velden bleef hangen.

In dezelfde periode dreef mijn Jongste Oom met zijn echtgenote een zuivelhandel in Schoondijke: een dorpje nèt ten zuiden van Breskens. Als ik ooit een passie voor kaas heb ontwikkeld, dan was het dáár wel. Alleen de geur al: ik kan nog steeds geen kaaswinkel binnenlopen, zonder onwillekeurig terug te denken aan dat heerlijke zaakje van die Oom en Tante.
Een bijzondere attractie vormde hun elektrische melkwagen, waarmee de Jongste Oom dagelijks zijn waren uitventte. Soms mocht ik hem daarbij helpen en zèlf de kar besturen; ik voelde me dan een hele vent.

Salland

Een derde vaste familiestek bevond zich in het Sallandse Holten waar mijn ouders een vakantiebungalow hadden gekocht, op steenworp afstand van zo’n zelfde huisje dat toebehoorde aan weer een andere Tante en Oom. Ravotten was niet aan weersomstandigheden onderhevig: wij kinderen kwamen eigenlijk alleen maar binnen om te eten, te drinken en te slapen. Voor het overige waren – weer of geen weer – de bossen en omliggende landerijen onze leefwereld.


Vakantiebungalow in Holten

Bij ‘Boer Lodeweges’ kregen we ’s winters van zijn vrouw warme anijsmelk met kruid- of kandijkoek, en bij vertrek uit hun boerderij riep hun zoon Marinus, die een spraakgebrek had, ons steevast achterna: “Nou, het besse en tôh sies”.

Met pasen natuurlijk eieren rapen in de tuin, naar mijn smaak véél te vroeg, daar het kerkbezoek om 10.00 uur onvermijdelijk was. Het middagmaal maakte echter weer veel goed: opnieuw eieren, maar ook croissants, keizerbroodjes en maanzaadbolletjes met een overvloed aan luxe beleg, en èchte boter in plaats van margarine.
’s Nachts werden de lokaal traditionele paasvuren bezocht: voor kinderen is een goeie fik nooit weg, en het bood bovendien een van de spaarzame gelegenheden om tot zeer laat te mogen opblijven.

Op de ochtend van Hemelvaartsdag gingen we – opnieuw naar plaatselijk gebruik – in het holst van de ochtend ‘dauwtrappen’ op de Holterberg, waarna er rond koffietijd iets werd genuttigd in Hotel-Restaurant ’t Losse Hoes. Andere jaren wandelden we richting Markelo, en vernaperden we wat lekkers bij uitspanning In de Kop’ren Smorre.
Met Pinksteren werd er trouwens opnieuw veel en langdurig gewandeld.

Ook menig kerstvakantie werd in Holtense dreven doorgebracht. De kans op sneeuw was in die regio – uit de aard der zaak – veel groter dan aan de Hollandse kust (ik woonde zoals u weet in Leiden) en aldus kenden wij daar geregeld een ‘witte kerst’. Eindeloos sleetje-rijden, sneeuwballengevechten houden (vaak met wildvreemden) en sneeuwpoppen maken. Dat laatste gebeurde nog op traditionele wijze: met winterpeen, antracietkooltjes, een oude sjaal en een bezem.


Eindeloos sleetjerijden…

Het is mij trouwens opgevallen dat – ook nu onlangs in grote delen van Nederland meer dan een week sneeuw heeft gelegen – er nauwelijks meer van dat soort winterplezier wordt beleefd. Ik heb welgeteld één slee gezien en ook precies één sneeuwpop. En alleen de buurmeisjes heb ik elkaar zien inpoeieren met sneeuwballen…

We aten ons ongans aan de zelfgebakken kerststollen-met-amandelspijs van mijn Tante, en – een week later, met Oud & Nieuw – nog eens aan zelfgemaakte oliebollen, appelflappen en appelbeignets. Het maken van de oliebollen gebeurde in een hoge frituurpan waaraan lange handvatten zaten waarop het frituurzeef kon worden geplaats om de bollen te laten uitlekken. Moeder had een hoofddoek of theedoek om heur haar gewikkeld, teneinde niet zèlf naar vet te gaan geuren. De keukendeur stond wagewijd open, maar de hitte van het fornuis en de binnendringende kou hielden elkaar, ter hoogte van de drempel, precies in evenwicht.

Hoe brei ik nu een aanvaardbaar einde aan deze nostalgische mijmeringen? Niet door te beweren dat vroeger alles beter was. Integendeel, ‘vroeger’ is toch vooral die goeie ouwe tijd waarin onze voorouders het bepaald niet best hadden… Maar het was allemaal wèl wat simpeler en overzichtelijker. Genot en geneugten waren van een aandoenlijke eenvoud: tijdens verjaardagen een glas port + sigaar voor de heren, en een glaasje advocaat-met-slagroom voor de dames. Kom dáár nog maar eens om!

Verlangt u terug? Ik niet, maar het hàd wel wat…


Alle foto’s zijn afkomstig uit het familiealbum… nouja, beter gezegd: de spreekwoordelijke schoenendoos.

Categorieën:FoodBlog Event, Verhalen
  1. Anzj
    6 februari 2009 om 10.51

    Zijn die prachtige foto’s van de hand van ‘Boze Oude Vader’? Mijn vader is (soms) ook een boze ouwe, maar die heeft me toch niet zulks nostalgisch visueel schoon nagelaten..

  2. Robert Jan
    6 februari 2009 om 14.27

    Alleen de foto van het Bressiaanse strand en de kiekjes uit Holten zijn door mijn vader geschoten.
    De rest is gemaakt door andere familieleden, en in één geval (de slagerstoonbank) door een professioneel reclamefotograaf.

    Overigens ben ik een bijna een dag in de weer geweest om die prenten te selecteren. De schoenendoos waarvan ik melding maakte, waren er in werkelijkheid een klein dozijn!

  1. No trackbacks yet.
Reacties zijn gesloten.