Hete bliksem

4 mei 2009

In de oorlog (die van ’40-’45) had het Zuid-Limburgse contingent van mijn familie het betrekkelijk goed: de eigen moestuin bracht voldoende op om het gezin van opa en oma met hun zes kinderen plus wat Hollandse ‘bleekneusjes’ gezond te kunnen voeden.

Opa werkte ondergronds als elektricien in De StaatsMijn ‘Hendrik’, en ontving daarvoor extra voedselbonnen, om op krachten te blijven.

Rond het huis scharrelend klein- en pluimvee zorgde geregeld voor een stukje vlees op tafel, en ontbrekende levensmiddelen werden met boeren uit de buurt geruild voor eieren, kolen, mijnwerkerskleding of andere produkten en goederen.

Anderzijds was het nu óók weer geen hoorn des overvloeds, en soms moest er noodgedwongen worden teruggegrepen naar eenvoudige maar voedzame kostjes als hete bliksem, waarvan de ingrediënten meestal wel voorhanden waren: piepers, appelen en uien.

Ter gelegenheid van Nationale Dodenherdenking – opdat wij niet vergeten – maakte ik vandaag maar eens zo’n stamppot.
(De eerstvolgende keer dat ik weer aan grofstoffelijk voedsel ga denken is hopelijk ergens diep in de maand november!)

Van oorsprong schijnt hete bliksem trouwens een jachtschotel te zijn, met meegestoofd wild, maar hieronder volgt de uitgeklede oorlogsversie:

Benogdigdheden:

  • 1 zure appel
  • 2 zoete appelen
  • 1 pd aardappelen
  • 1 ui
  • ca 2 dl water
  • boter
    (eigenlijk reuzel: gesmolten varkensbuik- of niervet)
  • iets zout

Schil de appelen, snijd ze in vieren en neem de klokhuizen weg. Schil de aardappelen en leg die onder in de pan met water en zout. Stapel daar bovenop eerst de zoete en tenslotte de zure appelpartjes.

Pel de ui en snijd die in grove snippers. Zet de uisnippers even aan in de boter en houd ze apart.

Laat aardappelen en vruchten in pakweg een half uur samen zachtjes gaar koken. Stamp dan alles dooreen en laat het mengsel nog even stoven met de ui-in-boter.

De oorlog is gelukkig al heel lang voorbij, en dus serveerde ik er anno 2009 oma’s doorregen sudderlapjes bij.
(Karbonades, kaantjes of speklappen hadden ook gekund, maar daarvan zegt mijn vader dat hij het niet ‘weg krijgt’…)

Op 19 september 1944 was in Zuid-Limburg het ergste leed geleden, toen Treebeek – ruim een half jaar eerder dan noordelijk Nederland – door de geallieerde troepen werd bevrijd.

De familie van mijn vader heeft in het verwoeste Rotterdam nog tot 5 mei 1945 op de vrijheid moeten wachten, en is de hongerwinter doorgekomen op de bijna spreekwoordelijk geworden bloembollen, suikerbieten, watersoep uit de gaarkeukens en wat er verder nog aan (on)eetbaars ter beschikking was…

  1. Anna
    5 mei 2009 om 17.50

    Nou dacht ik toch echt alles te lezen op dit log. Was echt in de veronderstelling RJ dat de BOV niet langer mee at met jouw heerlijke maaltijden!!

    Gemist, of met de hand over het hart gestreken?

  2. Robert Jan
    5 mei 2009 om 18.08

    @Anna: dat laatste, maar BOV heeft ook inschikkelijkheid getoond… na een standje van mijn Wijze Oude Moeder.

    Van de hete bliksem heeft hij trouwens smakelijk zitten smikkelen en smullen, want dat leek nog het meest op zijn favoriete voedsel: Olvarit!

  1. No trackbacks yet.
Reacties zijn gesloten.