Home > Gewassen, have & producten, Gezondheid > Ziek van suiker (3)

Ziek van suiker (3)

30 juni 2009

In mijn vorige twee blogs over dit onderwerp (zie HIER en HIER) merkte ik op dat ik er feitelijk bedroevend weinig over wist en me eerst eens grondig in de materie zou moeten inlezen.

Welnu, ik blijk niet de enige te zijn… In een levendige correspondentie met lezeres Milli liet ze mij weten dat “artsen bij de GGD zelfs nog nooit van haar stoornis gehoord hebben en zeggen (…) dat ze het ‘op internet zullen nazoeken’!”

Eerst maar eens wat meer informatie over de aandoening als zodanig:

In feite handelt het om een heel cluster van aan elkaar verwante stofwisselingsstoornissen, bekend onder de benamingen glucose-intolerantie, reactieve hypoglykemie en hyperinsulinemie.

In de meeste gevallen gaat het om een overgevoeligheid voor complexe (lees: geraffineerde) suikers – zogeheten di-, poly– en oligosachariden – als sacharose, maltitol en sorbitol. Dit in tegenstelling tot de natuurlijke enkelvoudige suikers (monosachariden) zoals die voorkomen in honing en fruit (voornamelijk fructose).

Complexe suikers metaboliseren op een geheel andere manier dan enkelvoudige suikers, al denkt een medewerker van de Consumentenbond daar blijkens onderstaand citaat volstrekt anders over:

“Wat betreft het zoeten van producten met honing of appelsap, dit is in feite geen oplossing, aangezien daar precies dezelfde suikermoleculen zitten als de suiker die uit bieten of riet afkomstig is.”

Dit is apert onjuist! In het algemeen zijn lijders aan de hierboven genoemde stofwisselingsstoornissen niet overgevoelig voor natuurlijke suikers, maar krijgen ze van complexe suikers de meest uiteenlopende verschijnselen zoals hartkloppingen, hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn, fotofobie, chronische vermoeidheid, gewichtsverlies en extreme stemmingswisselingen.

Welke levensmiddelen bevatten deze complexe suikers, en… waarom eigenlijk?

Ze zitten onder meer in ketchup, sauzen en kant-en-klare salades. Dat zijn producten de je eventueel nog zou kunnen vermijden. Men treft ze echter ook aan in veel vleeswaren (zelfs doodgewoon ontbijtspek, paté, ham, filet américain en salami), kazen, wijnen, pizzabodems, soep (ook die poedertjes uit pakjes), tahoe, evenals alle[!] groenten uit blikjes of potjes (zelfs kidney beans, suikermaïs en sperziebonen).

Ook gedroogde vruchten als dadels en abrikozen – die van zichzelf al zoet zijn – blijken door fabrikanten met een suikeroplossing te worden behandeld. En fruit-uit-blik wordt in de meeste gevallen ‘op siroop’ aangeboden; waar er duidelijk een keus is – Del Monte heeft bijvoorbeeld zowel ananasschijven op eigen sap (natuurlijk) als op siroop (gezoet) – lijken de inkopers van de supermarktketens te kiezen voor laatstgenoemde variant.

Van een inspecteur van de Keuringsdienst van Waren (opgegaan in de Voedsel en Waren Autoriteit) kwamen we te weten dat suikers (meer specifiek: complexe suikers) aan levensmiddelen worden toegevoegd om het zogeheten ‘vrije water’ te beschermen tegen bacteriële groei. Water komt namelijk op twee manieren in levensmiddelen voor: gebonden en vrij. Gebonden water zit vast aan componenten als eiwitten, zouten en suikers. Vrij water zit losjes in het product en is daarom makkelijker vatbaar voor bacteriegroei.

Dat kan echter nog geen reden zijn om suikers toe te voegen aan conserven, die rauw in afgesloten blikken worden gekookt en dus per definitie steriel zijn. De enige verklaring om tòch suikers toe te voegen zou kunnen zijn dat het product er – bij het openen van het blik – gehomogeniseerder uitziet, dat wil zeggen dat er geen laagje water bovenop drijft maar dat het, zoals bij een blik vleesragoût, één gelijkmatige klont is.

De Consumentenbond geeft – bij monde van de eerdergenoemde medewerker – toe dat dit bizar is en dat deze problematiek hun aandacht heeft, om vervolgens een deel van die verantwoordelijkheid af te schuiven op de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad, die op basis van “harde wetenschappelijke bewijzen” tot de slotsom is gekomen dat toegevoegde suikers niet als ‘slecht’ kunnen worden aangemerkt, doch slechts als ‘loze calorieën’.

De medewerker merkte in dat verband op dat die richtlijnen de gesprekken met de levensmiddelenindustrie er niet eenvoudiger op maken. Wèl zegde hij toe die discussie desondanks te zullen voeren.

Wordt ongetwijfeld vervolgd…