Home > Columns > Appeltjes van Oranje

Appeltjes van Oranje

10 oktober 2009

Een misleidende kop, ja: het gaat weer eens niet over eten of drinken. Maar ik màg dat (als quasi-columnist) van mezelf en heb nu tenminste uw aandacht. Daar ging het om.

Vooropgesteld dat ik als onvolgroeid politicoloog geen historicus ben, en al evenmin een staatsrechtdeskundige, tòch even wat gedachtespinsels over het veelbesproken ‘koningsdebat’ dat in de voorbije week plaatsvond, zonder daarbij in te gaan op details over belastingconstructies, vakantiehuizen in Afrika of kosten voor privé-vluchtjes met de PH-KBX.

Keer op keer wordt er in zowel onze volksvertegenwoordiging als in de media beweerd dat de constitutionele monarchie als staatsvorm gehandhaafd dient te blijven omwille van de “historische banden met het Oranjehuis”.

Die banden zijn er inderdaad, maar voeren in meerderheid van jaren terug op een periode waarin die Oranjes juist géén monarchen waren, doch slechts eenvoudige presidenten (destijds ‘stadhouders’ geheten) en het landsbestuur de facto voor een groot deel berustte bij raadspensionaris of landsadvocaat: een soort regeringsleider.

Even met zevenmijlsstappen door de vaderlandse geschiedenis: de voorloper van het huidige Nederland werd gevormd door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die formeel bestond vanaf 1588 (feitelijk 1581: het geboortejaar van de Nederlandse natie) tot 1795.

Aansluitend kwam, onder druk – en ten gunste – van de Fransen, de Bataafse Republiek tot stand (1795 – 1801) waarin de Oranjes overigens geen rol meer speelden. Die republiek hield slechts zes jaar stand, waarna hij werd voortgezet onder de naam Bataafs Gemenebest. Bij gebrek aan vertrouwen in die Franse vazalstaat installeerde Napoleon Bonaparte in 1806 zijn broer als koning van het Koninkrijk Holland.

De Oranjes keerden – na een afwezigheid van bijna twee decennia – pas aan het einde van 1813 weer terug (Vorstendom der Nederlanden). Met tussenkomst van het Verenigd Koningkrijk der Nederlanden ontstond uiteindelijk in 1848 de staatsvorm zoals we die heden-ten-dage nog kennen: het Koninkrijk der Nederlanden. (In feite dus een restant van de Franse overheersing.)

Tel even met me mee: Nederland heeft met bemoeienis van verscheidene Oranjes dus langer als republiek bestaan dan als monarchie, respectievelijk 207 (of 214) jaar republiek tegen slechts 196 jaar monarchie. Indien er al sprake zou zijn van een historisch motief om de Oranjes een rol in het staatsbestel te gunnen, dan zou het die van stadhouder in een Nederlandse republiek moeten zijn.

Een ander vals argument ter verdediging van de monarchie (deze week ten onrechte óók weer in de Tweede Kamer geuit) is de vermeende ‘steun’ van het Nederlandse volk voor het behoud ervan. Ik kan me echter niet herinneren ooit naar een stembus te zijn geroepen om mijn ja of nee over deze staatsvorm uit te brengen.

Maar kennelijk is de wens de vader van de gedachte: men méént voldoende draagvlak voor de monarchie te hebben op grond van… ja, van wàt eigenlijk?

Een handjevol Orangisten die kijkend naar ‘Blauw Bloed’, en geruggesteund door de Christelijk confessionelen (nog steeds gelovend in de band tussen God en Oranje) met een abonnement op ‘Vorsten’ wekelijks óók nog alle pulpblaadjes doorvlooit, op zoek naar betoverende plaatjes van sprookjesprinsen en -prinsessen. Meer niet.

Mijn voorstel (utopisch, naar ik vrees): haal de Oranje-angel uit het politieke debat door de nakende troonsafstand van Hare Majesteit aan te grijpen als moment om – op historische gronden! – de Republiek der Nederlanden te herstellen.

Indien een Oranje-telg zich wenst te kandideren voor het stadhouderschap, dan ben ik daar ’s voorshands niet op tegen en geef ik je zelfs op een briefje dat ‘ie met overweldigende meerderheid van stemmen nog wordt gekozen óók!

Functionerend als staatshoofd zou zo’n Oranje-stadhouder (dienaar van de Staten Generaal) eenzelfde rol toebedeeld kunnen krijgen als – laten we gemakshalve zeggen – de Duitse Bondspresident: een ceremoniële lintenknipper van wie zowat geen mens de naam kent, laat stáán dat men van zo iemand àl te veel hinder ondervindt.

En laten we dan onze – eveneens gekozen! – ‘premier’ (ook zo’n anachronistisch overblijfsel uit de Franse tijd) dan met veel gevoel voor historie maar weer gewoon ‘raadspensionaris’ gaan noemen…

Categorieën:Columns Tags:
  1. Caro
    14 oktober 2009 om 11.01

    Hej RJ,
    Je hebt je punt gemaakt hoor als politieke foodblogger. Die schatrijke appeltjes van Oranje mogen m.i. geplukt, gekookt en tot appeltjes-van-oranjemoes verwerkt worden.

  1. No trackbacks yet.
Reacties zijn gesloten.