Archief

Archive for the ‘Columns’ Category

Christmas cracker

9 december 2009 6 reacties

Het opgelegd pandoer van de jaarlijks terugkerende kerstgekte heeft zich weer aangediend. Ongetwijfeld zullen de bezoekerscijfers op dit blog de komende weken weer tot ongekende hoogten stijgen, nu iedereen via Google op zoek gaat naar geschikte recepten voor het vreetfeest dat de geboorte van Christus (van wie…?) moet markeren.

Eerlijkgezegd ben ik het een beetje beu en heb ik momenteel niet de geringste aanvechting om aan dat circus mee te doen.

In de aanloop naar de eindejaarsdagen hoor en zie ik via radio, tv en andere media vooral wat we allemaal NIET mogen eten:

geen foie gras (want: gedwangvoederde ganzen), geen wild (want: drijfjacht), geen tonijn (want: overbevissing), geen kaviaar (want: steur bijna uitgestorven), geen kip (want: dieronvriendelijk opgehokt), geen kalf (want: hormonen), geen ander rund (want: antibiotica), geen varken (want: VleesWijzer), geen paard, lam of Flappie (want: zielig), geen geit (want: Q-koorts), geen schaap (want: Wilders) etc. etc. etc.

Ook ‘buiten de deur eten’ is geen optie, omdat je al die zaken dan evengoed krijgt voorgeschoteld, en er bovendien niet mag roken (want: Ab Klink) of drinken (want: BOB).

Ik speel met de gedachte om op kerstavond een cream cracker te beleggen met een blaadje onbespoten sla, dat weg te spoelen met een glaasje Veluws leidingwater, om vervolgens maar eens lekker vroeg onder de wol te kruipen en daar minstens twee dagen te blijven: dromend over verre buitenlanden waarheen ik ooit nog eens zou kunnen emigreren…

Advertenties
Categorieën:Columns

Appeltjes van Oranje

10 oktober 2009 1 reactie

Een misleidende kop, ja: het gaat weer eens niet over eten of drinken. Maar ik màg dat (als quasi-columnist) van mezelf en heb nu tenminste uw aandacht. Daar ging het om.

Vooropgesteld dat ik als onvolgroeid politicoloog geen historicus ben, en al evenmin een staatsrechtdeskundige, tòch even wat gedachtespinsels over het veelbesproken ‘koningsdebat’ dat in de voorbije week plaatsvond, zonder daarbij in te gaan op details over belastingconstructies, vakantiehuizen in Afrika of kosten voor privé-vluchtjes met de PH-KBX.

Keer op keer wordt er in zowel onze volksvertegenwoordiging als in de media beweerd dat de constitutionele monarchie als staatsvorm gehandhaafd dient te blijven omwille van de “historische banden met het Oranjehuis”.

Die banden zijn er inderdaad, maar voeren in meerderheid van jaren terug op een periode waarin die Oranjes juist géén monarchen waren, doch slechts eenvoudige presidenten (destijds ‘stadhouders’ geheten) en het landsbestuur de facto voor een groot deel berustte bij raadspensionaris of landsadvocaat: een soort regeringsleider.

Even met zevenmijlsstappen door de vaderlandse geschiedenis: de voorloper van het huidige Nederland werd gevormd door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die formeel bestond vanaf 1588 (feitelijk 1581: het geboortejaar van de Nederlandse natie) tot 1795.

Aansluitend kwam, onder druk – en ten gunste – van de Fransen, de Bataafse Republiek tot stand (1795 – 1801) waarin de Oranjes overigens geen rol meer speelden. Die republiek hield slechts zes jaar stand, waarna hij werd voortgezet onder de naam Bataafs Gemenebest. Bij gebrek aan vertrouwen in die Franse vazalstaat installeerde Napoleon Bonaparte in 1806 zijn broer als koning van het Koninkrijk Holland.

De Oranjes keerden – na een afwezigheid van bijna twee decennia – pas aan het einde van 1813 weer terug (Vorstendom der Nederlanden). Met tussenkomst van het Verenigd Koningkrijk der Nederlanden ontstond uiteindelijk in 1848 de staatsvorm zoals we die heden-ten-dage nog kennen: het Koninkrijk der Nederlanden. (In feite dus een restant van de Franse overheersing.)

Tel even met me mee: Nederland heeft met bemoeienis van verscheidene Oranjes dus langer als republiek bestaan dan als monarchie, respectievelijk 207 (of 214) jaar republiek tegen slechts 196 jaar monarchie. Indien er al sprake zou zijn van een historisch motief om de Oranjes een rol in het staatsbestel te gunnen, dan zou het die van stadhouder in een Nederlandse republiek moeten zijn.

Een ander vals argument ter verdediging van de monarchie (deze week ten onrechte óók weer in de Tweede Kamer geuit) is de vermeende ‘steun’ van het Nederlandse volk voor het behoud ervan. Ik kan me echter niet herinneren ooit naar een stembus te zijn geroepen om mijn ja of nee over deze staatsvorm uit te brengen.

Maar kennelijk is de wens de vader van de gedachte: men méént voldoende draagvlak voor de monarchie te hebben op grond van… ja, van wàt eigenlijk?

Een handjevol Orangisten die kijkend naar ‘Blauw Bloed’, en geruggesteund door de Christelijk confessionelen (nog steeds gelovend in de band tussen God en Oranje) met een abonnement op ‘Vorsten’ wekelijks óók nog alle pulpblaadjes doorvlooit, op zoek naar betoverende plaatjes van sprookjesprinsen en -prinsessen. Meer niet.

Mijn voorstel (utopisch, naar ik vrees): haal de Oranje-angel uit het politieke debat door de nakende troonsafstand van Hare Majesteit aan te grijpen als moment om – op historische gronden! – de Republiek der Nederlanden te herstellen.

Indien een Oranje-telg zich wenst te kandideren voor het stadhouderschap, dan ben ik daar ’s voorshands niet op tegen en geef ik je zelfs op een briefje dat ‘ie met overweldigende meerderheid van stemmen nog wordt gekozen óók!

Functionerend als staatshoofd zou zo’n Oranje-stadhouder (dienaar van de Staten Generaal) eenzelfde rol toebedeeld kunnen krijgen als – laten we gemakshalve zeggen – de Duitse Bondspresident: een ceremoniële lintenknipper van wie zowat geen mens de naam kent, laat stáán dat men van zo iemand àl te veel hinder ondervindt.

En laten we dan onze – eveneens gekozen! – ‘premier’ (ook zo’n anachronistisch overblijfsel uit de Franse tijd) dan met veel gevoel voor historie maar weer gewoon ‘raadspensionaris’ gaan noemen…

Categorieën:Columns Tags:

Bemoeizucht

25 augustus 2009 6 reacties

Al vaker heb ik op dit blog geageerd tegen Nederlanders in het algemeen en hun merkwaardige gewoonten in het bijzonder. De ergernis over het volk waarvan ik zèlf deel uitmaak kent echter nog steeds geen grens.

Nu is er weer een akkefietje over een jolige meid van dertien lentes jong, die in haar uppie met een zeilboot de wereld rond wil.

Mijn eerste ingeving was: dapper… dat moet ze doen!

Maar toen ging ik naar de radio luisteren en het was weer het oude liedje. Meningen zijn hier net als poepgaatjes: iedereen heeft er een.

Er kwam geen einde aan de opsomming van redenen waarom het Laura (nota bene) verboden zou moeten worden om haar meisjesdroom na te jagen.

En het enige bezwaar wat ik kon bedenken was: eet ze onderweg wel lekker en gezond?

Mijn eigen zeezeiltripjes indachtig kwam ik niet veel verder dan wat blikvoer (wikkels op voorhand verwijderd: met watervaste stift de inhoud op het metaal geschreven) en soms iets vers, als er tenminste een haven werd aangelopen.

Geen moment heb ik me bekommerd om Laura’s educatie. Vermoedelijk leert ze tijdens haar reis meer dan de indolente puberblagen die – hier achtergebleven – in hun schoolboeken blijven bladeren, als ze tenminste niet ergens in een keet zitten te zuipen, blowen, snuiven of slikken.

Ook over de risico’s maak ik me nauwelijks zorgen: het kind kan – naar verluidt – zeilen als de beste en afgezien van een opstekende orkaan (tijd om te reven en op drijfanker de storm uit te zingen) zijn er op de wereldzeeën betrekkelijk weinig obstakels.

Maar nu is er dus een overijverige ambtenaar van de Raad voor de Kinderbescherming naar de rechter gestapt om precies díe eigenschap te bevestigen die ik al heel lang aan ons volk toedicht: bemoeizucht!

Inmiddels heeft Laura aangekondigd zich desnoods in Nieuw-Zeeland te willen vestigen om haar wens in vervulling te doen gaan. “Way to go, girl!”

Mijn advies aan haar zou luiden: lever dan ook meteen je Nederlandse paspoort in, want je zult zien… indien je onderneming slaagt (wat ik vurig hoop) gaan de vaderlanders die nú dwars liggen met jouw succes aan de haal en daar goede sier mee maken.

Ik zie de chocoladeletters van de ‘gezond-verstand-krant’ over twee jaar al voor me: “15-jarige Nederlandse zeilt solo rond wereld”. Gun ze dat plezier niet!

Laura, ik wens je heel veel succes maar beloof me één ding… zorg onderweg goed voor jezelf en hou je kombuis kuis!

Categorieën:Columns Tags:

Vlaamse mosselboycot

15 augustus 2009 2 reacties

Onze Vlaamse vrienden heb ik – althans wat eten en drinken betreft – eigenlijk nog nooit op principes kunnen betrappen, behalve dan dat het principieel lekker moet zijn.

Nu die zuiderburen plots dreigen om de lekkerste mosselen ter wereld (de Zeeuwse) links te laten liggen, moet er dus ècht wel iets aan de hand zijn.

Gewoonlijk komen de Vlamingen bij busladingen tegelijk naar de Zeeuws-vlaamse mosselstad Philippine, waar ze zich aan deze delicatesse tegoed doen, maar Antwerpse restaurantshouders kopen ze ook op grote schaal in Yerske.

U leest – net als ik – de krant (want u bent een intelligent publiek) dus ik hoef de heikele kwestie over de Westerschelde hier niet meer uit te spellen.

Wat mij in hoge mate bevreemt is dat de bewindvoerder van één der Belgische deelregeringen kennelijk voldoende gezag heeft om de Nederlandse ambassadeur op het matje te kunnen roepen.

Ik meende altijd dat soevereine naties diplomatiek gezien op gelijkwaardig niveau met elkaar zaken doen. Dat blijkt sinds kort echter een misvatting.

Maar nu de Vlamingen die weg tòch zijn ingeslagen: een voorgenomen mosselboycot lijkt mij voldoende aanleiding voor de Zeeuwse Commissaris van de Koningin om – op Nederlandse beurt – de Belgische ambassadeur te ontbieden.

Los van dit alles is het natuurlijk te zot voor woorden dat de Vlaamse politiek zich mengt in soeverein Nederlands recht. Ik zou het bijna willen kenschetsen als ‘ongeoorloofde inmenging in binnenlandse aangelegenheden’.

Onze Raad van State, het hoogste rechts- en adviesorgaan, heeft een uitspraak gedaan, als gevolg waarvan de Westerschelde voorlopig niet kan worden uitgediept. Zo gaat dat in een rechtsstaat, of ge dat nu plezant vindt of niet.

Wegens de scheiding der machten (Montesquieu) kunnen onze politieke gezagsdragers daar weinig tot niets tegen ondernemen, of het zou de uitvaardiging van een noodwet moeten zijn.

Tot die tijd zit er weinig anders op dan het Vlaamse initiatief met gelijke munt terug te betalen (oud-testamentische hardvochtigheid zit ons immers in het bloed?) door vooralsnog bijvoorbeeld geen Vlaamse klooster- en abdijbieren meer te bestellen.

Nederland, let op uw zaak: de Walen verkopen óók lekkere spullen…! (En die mosselen eten we zèlf wel op.)


Naschrift 18 augustus 2009:

Van de oproep tot een boycot van Zeeuwse mosselen is niets te merken in de Antwerpse binnenstad. Bij veel restaurants hangen juist posters en spandoeken die ‘Zeelands roem’ aanprijzen, zo blijkt uit een rondgang. De Vlaamse partij Open VLD had de restauranthouders vrijdag opgeroepen de Zeeuwse mosselen te boycotten. Dat moest een protest zijn tegen de Nederlandse vertraging bij het verdiepen van de Westerschelde voor de Antwerpse haven. „Ik had niet van de actie gehoord. Ik zou er ook niet aan meedoen”, zegt een ober van een restaurant.

Bron: Trouw

Aanvulling 19 augustus 2009:

‘Balkenende moet burenruzie sussen’

Aanvullingen 21 augustus 2009:

‘Noodwet voor baggeren Westerschelde’
Het trauma van Antwerpen

Lipjes, lusjes & labeltjes

10 augustus 2009 10 reacties

…drie dingen waaraan ik me groen en geel erger, en bepaald niet van gisteren op vandaag: deze irritaties duren nu al een half mensenleven lang.

Vroeger koesterde ik nog de illusie dat ‘de vooruitgang’ op den duur wel oplossingen zou bieden maar er gloort vooralsnog geen licht aan het einde van deze tunnel des ongenoegens.

Waar ik het over heb? Om te beginnen over lipjes aan dicht-gesealde verpakkingen. U kent dat wel: het dekseltje laat al los op het ogenblik dat je een kunststof kuipje (margarine, aardappelsalade, etc.) in je winkelmandje werpt maar – oh redding – er gaat nog een vastgeplakt cellofaantje onder schuil.

Thuisgekomen probeer je die extra beveiliging met een ruk aan het lipje van het kuipje te scheiden, waarbij je altijd (maar dan ook ècht àltijd!) het lipje in je handen houdt en je zo’n bakje nog nèt niet vals hoort lachen: “zie me maar eens te openen… sukkel!”

Met een puntig zak- of keukenmes sneeft het velletje natuurlijk alsnog, en moet het kuipje zijn inhoud evengoed prijsgeven, maar waarom zitten die onnutte lipjes er dan in ’s hemelsnaam aan?! Is het werkelijk onmogelijk om stevig sluitende dekseltjes op die doosjes te duwen en ons – de consumenten – verschoond te houden van tegenwerkend folie?

Dan de lusjes: ik duid op de stukjes textiel die bedoeld zijn om keukendoeken op eenvoudige wijze mee aan een haakje te hangen. Dat is nog helemáál niet zo simpel als het lijkt!

Je pakt zo’n doek bij een punt, maar daar blijkt zich geen lusje te bevinden. In welke richting je de lap vervolgens ook draait: het lusje bevindt zich volgens de Wet van Murphy immer aan het laatste hoekje dat je vastpakt!

Zouden keukendoeken soms onbetaalbaar worden als er op èlke hoek een lusje werd ingenaaid? Moet je eerst raketgeleerde zijn om zoiets te kunnen verzinnen?
(Laat ik voor de zekerheid het patent hier alvast claimen…)

Kom ik tenslotte bij de labeltjes. Die hebben niets te maken met activiteiten in de keuken, of het moest het welbevinden van de kok betreffen. Ik doel op de etiketjes met beeldmerken en wasvoorschriften die achterin de band van onderbroeken worden genaaid.

Waarom uitgerekend op de plek waar de onderrug het meest gevoelig is? Het gekriebel van die lapjes stof kan een mens tot waanzin drijven. Waarom worden die labeltjes niet gewoon in de zijnaad van zo’n broekje aangebracht? Daar zitten – althans bij mij – beduidend minder jeukreceptoren.

Zou er wellicht een georganiseerde samenzwering bestaan van een verborgen industrieel kartel, waarbij de deelnemende bedrijven elkaar met verholen grijnzen Triple-L ratings toekennen…?


Naschrift 13 augustus 2009:

Zie Aan tafel met Tanja voor een vervolg op (en de gedeeltelijke oplossing van) de lusjeskwestie.

Vakantieverveling

6 augustus 2009 Commentaar uitgeschakeld

Bij gebrek aan nieuws zenden het NOS ochtend- en Zes Uur Journaal dezer dagen weer quasi-belangwekkende clipjes uit van verveelde correspondenten in verafgelegen of nabije buitenlanden.

Het filmpje van gistermorgen handelde over (óók al) verveelde Italiaanse blagen die maar liefst drie maanden zomervakantie hebben en al die tijd moeten worden vermaakt!

Stel je voor: een kwart van het jaar dat grut gedurende hele dagen over de vloer. Er schieten me spontaan enkele Italiaanse krachttermen te binnen, die ik hier maar beter niet kan bezigen…

Dat de vakanties ook in Nederland véél te lang duren – al zijn ze dan beperkt tot zes of zeven weken – blijkt wel uit het overzichtje dat ik kon optekenen na lezing van enkele jeugdige Hyves-profielen:

22-07-09: De hele dag verveelt @ thuis
23-07-09: Met S***** wezen chillen @ …
23-07-09: Wezen chillen met de liefste N***, R*****, B** @ …
24-07-09: Verveling… @ thuis
25-07-09: Chillen… @ A******** Oost
26-07-09: Niks doen ofzo..? @ …
27-07-09: Chillen denk ik ?¿? @ I dont know
31-07-09: Chillen, D****** Gefeliciteerd @ …
02-08-09: Lekker niks doen @ thuis
03-08-09: Vanaaf met de liefste M****** chillen @ U*******
03-08-09: Beetje vervelen. =( @ Thuiss

Om redenen van privacy zijn de namen van personen en plaatsen onherkenbaar gemaakt.

Dat is héél veel ‘ge-chill‘ en minimaal net zoveel ‘verveling’ en ‘niks doen’… of is dat feitelijk allemaal hetzelfde?!

Je zou bijna gaan denken dat er geen bibliotheken meer bestaan. Of zijn die óók ‘wegens vakantie gesloten’?

Categorieën:Columns

Anoniem

19 juli 2009 4 reacties

Voor de gelegenheid publiceer ik dit verhaal onder dezelfde kop als Ephimenco zijn kolommetje enkele dagen geleden in Trouw.

Daarin trok hij nogal fel van leer tegen „bloggers, zelfgeproclameerde columnisten (…) die tekeergaan, fulmineren, terechtstellen en executeren, vanachter de veilige dekmantel van een armzalig pseudoniem”.

Uit de aard der zaak voelde ik me onmiddellijk aangesproken, aangezien ook ìk mijn weblog niet onder naam en toenaam tik.

Bijna beledigend werd het echter bij de zinsnede waarbij Sylvain mij en vele mede-bloggers afschilderde als „bibberende schimmen”.

Wat een zelfingenomen quasi-stoere poeha..!

De reden (laat ik voor mezelf spreken) waarom ik in relatieve anonimiteit opereer wordt door deze orakelende Algerijnse Fransoos zèlf aangedragen, namelijk het feit dat een verkeerd woord of bewering je al in de rechtszaal kan doen belanden.

Met een toereikend PCM-salaris (en door de krant geruggesteund) beschikt de heer Ephimenco allicht over voldoende middelen om zichzelf van adequate rechtshulp te verzekeren, maar niet iedereen is zo bevoorrecht.

Tegen de tijd dat de hoofdredactie van Trouw ook mij een honorarium wil bieden voor het produceren van krantenstukjes, ga ik dat ogenblikkelijk onder mijn volledige naam doen… erewoord!

Tot die tijd laat ik mij evenwel de mond niet snoeren en oefen ik – geanonimiseerd – mijn recht op vrije meningsuiting onverminderd uit, of de broodschrijvende Trouw-columnist dat nu leuk vindt of niet.

Categorieën:Columns, Media Tags: