Archief

Archive for the ‘FoodBlog Event’ Category

Nieuwe smaken (van het onbekende)

8 februari 2009 4 reacties

Vaste lezers weten dat ik tot op heden gedurende slechts één maand heb meegedaan aan het FoodBlog Event. In het algemeen raak ik door de gekozen onderwerpen nauwelijks geïnspireerd.

Zo ook deze maand: ‘De culinaire reis naar het onbekende‘. Tsja, wat moet ik ermee? Na ruim twintig jaar vrijwel alle Amsterdamse restaurants en eethuizen te hebben afgestroopt, zijn er eigenlijk nog maar weinig smaken die ik niet ken (al moet ik toegeven dat ik nog nooit eten uit Madagaskar of uit Sierra Leone heb geproefd).

Laat ik dan maar eens melding maken van de prettigste smaakervaring die ik ooit heb beleefd. Dat was zonder enige twijfel in het (toen nog kleine) eethuis van een man die luistert naar de naam Berhane Yohannes.

Berhane is afkomstig uit Eritrea, en voert al lange jaren het bewind over restaurant ‘Semhar‘ in de Mokumse Marnixstraat. Zijn vrouw zwaait haar scepter in de keuken (volgens de Eritreese traditie mogen mannen daar niet komen) en Berhane zèlf is een gastheer van grote klasse.

Maar daar ging het nu niet om: het onderwerp was smaak! Voor smaak moet je dus naar dìt adres:

Restaurant Semhar
Marnixstraat 259-261
1015 WH Amsterdam
Telefoon: 020 6381634

De basis van vrijwel elke Eritreese maaltijd wordt gevormd door dunne, luchtige pannekoekjes (Enjera’s) die van hoofdzakelijk maïsmeelbeslag worden bereid. Over de andere bestanddelen moet ik u helaas in het ongewisse laten: die behoren tot de geheimen van Berhane’s echtgenote…

Deze pannekoekjes worden gebruikt als ‘bestek’ om de overige gerechten mee te grijpen en te deppen. U begrijpt het al: bij de Eritreër eet je met je handen; wèl even wassen vóór het eten, want iedereen aan tafel eet van dezelfde reusachtige schotel!

Mijn favorieten gerechten waren – en zijn nog steeds – Zigni of Zegni (rundvlees gestoofd in rode saus) en Kifto (pikante rundertartaar) die doorgaans worden geserveerd met gesmoorde wilde spinazie, een linzengerecht en korrelige cottage cheese.
Lekker met een Afrikaans palmbiertje uit de kalebas.

En vergeet ook vooral niet om na de maaltijd zo’n heerlijk Eritrees potje koffie te bestellen! De smeulende brokjes mirre die met de koffie arriveren, zorgen voor een geweldige geur-sensatie.

Ook de kruiden- en specerijenmengsels die Berhane’s vrouw in haar gerechten gebruikt zijn omgeven met een waas van geheimzinnigheid. Wèl weet ik dat ze rechtstreeks uit het moederland worden betrokken en dat het dus op voorhand moeilijk lijkt om eenzelfde smaakbeleving te bereiken met wat er hier te lande voorhanden is.

Tòch ga ik eerdaags een poging wagen, gesterkt na het zien van Heddy Honigmann’s televisieprogramma ‘Liefde Gaat door de Maag‘.

In de uizending van gisteren – zaterdag 7 februari – konden we kennismaken met Miriam Kahsai (net als Berhane geboren in Eritrea, en tegenwoordig restauranteigenaar in Nederland).

Miriam bereidde in deze aflevering haar specialiteit van het huis: ‘De kip met de 12 eieren‘. Het klinkt als een sprookje, en zo smaakt het waarschijnlijk ook… kruidig en pittig.

Wilt u dit gerecht niet zèlf bereiden (de ingrediëntenlijst omvat maar liefst drie dozijn bestanddelen!) en tòch proeven? Dan kunt u volgende maand – na een verbouwing – weer in Miriam’s eigen restaurant terecht:

Mogogo Restaurant
Gedempte Burgwal 36
2512 BV Den Haag
Telefoon: 070 3628111

Advertenties

Tante Henny’s Brokkenvlees

30 januari 2009 Commentaar uitgeschakeld

‘Brokkenvlees’, de aanduiding voor een gerecht dat afkomstig is van mijn Oudste Tante, is in wezen de bereidingswijze van een eenvoudige, doch smakelijke goulash.

Ingrediënten:

  • 1 pd rundvlees
  • 1 ui
  • 1 teen knoflook
  • 1 paprika
  • 1 vingerkootje gember
  • ½ lt rundvleesbouillon
  • 3 ontvelde tomaten
  • paprikapoeder
  • sojasaus
  • maïzena

Snijd het vlees (longhaas, lendestuk of runderlappen) in ‘brokken’ en bestrooi de stukken met paprikapoeder. Braad ze daarna op hoge temperatuur aan in boter van goede kwaliteit.

Voeg dan de gesnipperde ui, de fijngehakte knoflook en de blokjes paprika toe. Ontdoe de gember van zijn schilletje en kerf het kootje met een mes aan alle kanten in, zodat het aroma goed kan vrijkomen. Doe de gember ook in de pan en verhit het geheel nog gedurende een minuut of vijf.

Gember neemt in dit recept de rol aan van mals-maker: vaak wordt hiervoor azijn, wijn of bier gebruikt, maar gember werkt op dezelfde manier (bovendien geeft de smaak ervan een oosters tintje aan het gerecht).

Giet vervolgens de rundvleesbouillon in de pan en voeg nu ook het in stukjes gesneden vruchtvlees van de tomaten toe. Roer alles goed dooreen en laat het geheel gedurende minimaal 2 uur in gesloten pan op een laag pitje sudderen.

Controleer geregeld of het vocht niet te snel inkookt en voeg zonodig extra bouillon toe. Ook mag het mengsel vanzelfsprekend niet aanbranden…

Zodra het vlees gaar genoeg is de ingekookte saus afmaken met een scheutje zoute sojasaus en het geheel eventueel nog wat binden met maïzena.

Serveren met witte rijst en erwtjes.


Dit was de laatste publicatie in het kader van het FoodBlog Event janurari 2009. Er waren mij door familie nog enkele andere recepten toegezegd (en die zal ik wellicht ook nog wel eens plaatsen) maar die zijn niet tijdig binnengekomen en dingen dus helaas niet meer mee naar de titel “Het Lekkerste Familierecept” (het evenement wordt vanavond om 23.59 uur afgesloten).

Tante Rika’s citroenkoek

18 januari 2009 2 reacties

Tante Rika was eigenlijk geen èchte tante van mij maar een volle nicht van mijn moeder. Nou, à-la… ze was in elk geval familie: vandaar dit recept, opnieuw in het kader van het “FoodBlog Event januari 2009”.

De summiere beschrijving was in eerste instantie afkomstig van mijn Jongste Tante van de Warme Kant, maar de volledige bereidingswijze werd ingestuurd door Tante Rika’s eigen zoon Peter (die aldus een achterneef van mij is, en hier nog altijd Pietje wordt genoemd).

Toegegeven: ik heb deze koek nog niet zèlf gemaakt (een foto ontbreekt dan ook jammerlijk) maar ik wilde het recept alvast plaatsen, eer deze maand – en dus ook het FoodBloggers Event – tot een einde is gekomen.

De basis voor deze koek bestaat uit drie bodems van cakedeeg, elk 26 of 28 cm in doorsnede.

Voor de cakebodems:

  • 1½ pak Koopmans cakemeel
  • 1 pd witte basterdsuiker
  • 1½ pakje boter
  • het eiwit van 6 eieren
  • 3 flesjes amandelolie

Het cakebeslag goed luchtig slaan in een ruime kom en de bodems in ca 1 uur bakken in een zeer matig warme oven.

Voor de vulling:

  • de dooiers van 6 eieren
  • 3 ons suiker
  • ½ pakje boter
  • het sap van 3 à 4 citroenen

Suiker met boter en citroensap in een pannetje doen en au Bain-marie verwarmen tot de boter is gesmolten en alle suiker is opgelost. De pan van de warmtebron halen.

Dan de eidooiers met een garde loskloppen (uitdrukkelijke waarschuwing van Peter: „geen druppel eiwit erin laten komen, want dat gaat niet best”) en langzaamaan het suiker-boter-sapmengsel toevoegen en de pan weer verwarmen. Opnieuw rustig, kalm, liefdevol en langzaam tegen de kook aan brengen en je zult zien dat het heerlijk bindt. Daarna laten afkoelen.

Als het mengsel bijna koud is, maar nog wel vloeibaar, deze vulling tussen de cakebodems spatelen.

Voor het glazuur:

  • 125 gr gezeefde poedersuiker
  • enige druppels citroensap, citroenaroma of citroenjenever
  • beetje water

De poedersuiker vermengen met het citroensap en daar druppelsgewijs zoveel water door roeren dat het een dik papje wordt. Dit papje roeren tot het glanzend is. Het koud bereide glazuur wordt met een breed mes of met een kwastje snel over de koek uitgestreken. Het moet daarna nog een tijdlang staan om uit te harden.

Voor de versiering:

  • strooidecorartie van Dr. Oetker, bijvoorbeeld eetbare confetti of suikerhartjes

Wil men garnering op het glazuur aanbrengen, dan moet dit al zo ver gedroogd zijn, dat de garnering er niet meer doorheen zakt. Het mag echter nog niet geheel hard zijn, want dan houdt het glazuur de garnering niet meer vast; bovendien barst het bij aanraking.

Categorieën:FoodBlog Event, Recepten Tags:

Heimweevoedsel

12 januari 2009 2 reacties

Het grasduinen in familierecepten bracht onwillekeurig ook herinneringen terug aan vakanties uit mijn kinderjaren, die zich destijds vrijwel altijd in familiekring afspeelden. Veel van die herinneringen zijn met voedsel verbonden.

Zuid-Limburg

Het huis van mijn grootouders in het Zuid-Limburgse Treebeek, letterlijk onder de rook van De StaatsMijn Emma, was voor de hele familie een vaste pleisterplaats: ruimte genoeg en de geboden gastvrijheid schier grenzeloos.


…onder de rook van De StaatsMijn Emma

Oma bakte, braadde en kookte dat het een aard had, en als ze niet in de keuken te vinden was, kon je haar in de tuin aantreffen, die was opgesplitst in een boomgaard – waarin een reusachtige kersenboom domineerde – en een moestuin.
(Ik grapte weleens dat ik mijn grootmoeder voornamelijk kon herkennen aan haar achterwerk, aangezien ze meestentijds voorover gebogen met haar handen in de aarde stond te wroeten.)


…boomgaard en moestuin

Opa had m’n neefjes en mij uitdrukkelijk verboden om in die kersenboom te klimmen, angstig dat we eruit zouden kukelen… tót het ogenblik dat oogstperiode aanbrak. Dan mochten we legaal naar hartelust rondklauteren om alle kersen te plukken; eerst versierden we onze oren met ‘dubbelen’, vervolgens aten we onzelf buikpijn (elkaar met pitten bespuwend) en tenslotte brachten we de rest van de opbrengst zorgvuldig naar beneden.

Beide tuinen leverden een grote verscheidenheid aan gewassen op, die hètzij door Oma werden verwerkt in verse gerechten (bijvoorbeeld haar raapsteeltjes met gerookt mager spek en haar fameuze Limburgse vlaaien) òfwel werden ingemaakt voor later gebruik.

Dat inmaken – Wecken geheten – was nog een heel gedoe: glazen potten uitkoken in sodawater, daarna aan de lucht laten drogen (omgekeerd, op schone theedoeken), dan afvullen, eventueel zoeten of zouten, afsluiten met rubber ringen en klemmen en tenslotte verhitten in een grote Weck-ketel. De keuken leek dan wel op het laboratorium van de Ingenieur uit ‘Ja zuster, nee zuster’, of dat van de latere ‘Ti-ta-tovenaar’…

Eenmaal ingeweckte groenten en vruchten werden vervolgens op – door mijn opa vervaardigde – planken geplaatst in de reusachtige kelder die onder de volle lengte van het huis liep. Een hele wand vol met van die glazen voorraadpotten in allerlei kleuren en maten: het bood een spectaculaire aanblik. Zodoende was er – ondanks het ontbreken van een diepvrieskist – altijd voldoende voorraad voorhanden.

Oma Guste Opa Paul

Witte kool verdween – gesneden – in een grote Keulse pot waaraan zout, peperkorrels en jeneverbessen waren toegevoegd. De pot werd daarna afgevuld met water, bedekt met een schone doek en afgesloten met een ronde plank waarop een zware steen werd gelegd. De doek moest wekelijks in heet zout water worden uitgespoeld. Als het deksel (de plank) daarvoor tijdelijk werd verwijderd, kwam je een onpasselijk makende stank tegemoet, maar na enkele weken leverde dit proces desondanks heerlijke zuurkool op!

Zeeuws-Vlaanderen

Ook het Zeeuws-Vlaamse Breskens was ooit een trekpleister voor onze familie: mijn Oudste Tante bestierde daar – na het voortijdig overlijden van haar echtgenoot – een slagerij & slachterij. Zèlf woonde zij met haar drie kinderen pal achter de slagerswinkel, maar boven de aanpalende slachterij en worstkamer bezat ze nòg een woning met eigen opgang, die via een balkon aan de achterzijde met haar woonhuis was verbonden. Deze ‘bovenwoning’ fungeerde vrijwel permanent als gastenverblijf.


Slagerij de Jonge, Breskens

Lange zomers heb ik er doorgebracht: bij mooi weer naar het strand (‘strange’) of op de fiets langs kaarsrechte – met ‘peppels’ omzoomde – wegen door de akkers peddelen. Lui achterover liggen tegen de Westerscheldedijk en luisteren naar het gekwinkeleer van de leeuweriken, die zó hoog vlogen dat je ze niet of nauwelijks kon zien, maar des te beter kon horen. Vaak hadden we dan Zeeuwse bolussen en limonadegazeuse van huis meegenomen: allebei mierzoet en plakkerig, na het nuttigen waarvan je dringend toe was aan een lange douche en een bezoekje aan de tandarts, omdat het glazuur spontaan van je ivoren wachters was gesprongen…


…bij mooi weer naar het strand

Waren de weersomstandigheden eens wat minder gunstig, dan gingen we alikruiken (‘krukels’) rapen tussen de basaltblokken van de vele strekdammen en pieren die als lange tentakels de zee-arm in graaiden. (In gedachten hoor ik nòg het klaag’lijke loeien van de brulboeien als het zicht op de Schelde weer eens slecht was.) Bij thuiskomst werden die schelpjes met prei, ui, wortel en laurierblad in een grote pan kokend water gestort, waarna de hele familie – gezeten om een grote woonkeukentafel – met naalden het verse zeebanket uit hun huisjes peuterde.

Aan diezelfde tafel werden tijdens het kampeerseizoen ook door vele helpende handen gehaktballen, allerlei vinken (blinde- en sla-) en andere vleesproducten gedraaid, waarmee de omliggende kampeerterreinen werden bevoorraad, in de Ford Taunus van mijn Oudste Tante. Mijn moeder had nèt haar rijbewijs behaald en ging die bestellingen vaak uitrijden: stuivend over de vele onverharde weggetjes rond Breskens trok ze dan een spoor van stof, dat – tot onze grote kinderpret, leunend over de achterbank – nog minutenlang boven de weidse akkers en velden bleef hangen.

In dezelfde periode dreef mijn Jongste Oom met zijn echtgenote een zuivelhandel in Schoondijke: een dorpje nèt ten zuiden van Breskens. Als ik ooit een passie voor kaas heb ontwikkeld, dan was het dáár wel. Alleen de geur al: ik kan nog steeds geen kaaswinkel binnenlopen, zonder onwillekeurig terug te denken aan dat heerlijke zaakje van die Oom en Tante.
Een bijzondere attractie vormde hun elektrische melkwagen, waarmee de Jongste Oom dagelijks zijn waren uitventte. Soms mocht ik hem daarbij helpen en zèlf de kar besturen; ik voelde me dan een hele vent.

Salland

Een derde vaste familiestek bevond zich in het Sallandse Holten waar mijn ouders een vakantiebungalow hadden gekocht, op steenworp afstand van zo’n zelfde huisje dat toebehoorde aan weer een andere Tante en Oom. Ravotten was niet aan weersomstandigheden onderhevig: wij kinderen kwamen eigenlijk alleen maar binnen om te eten, te drinken en te slapen. Voor het overige waren – weer of geen weer – de bossen en omliggende landerijen onze leefwereld.


Vakantiebungalow in Holten

Bij ‘Boer Lodeweges’ kregen we ’s winters van zijn vrouw warme anijsmelk met kruid- of kandijkoek, en bij vertrek uit hun boerderij riep hun zoon Marinus, die een spraakgebrek had, ons steevast achterna: “Nou, het besse en tôh sies”.

Met pasen natuurlijk eieren rapen in de tuin, naar mijn smaak véél te vroeg, daar het kerkbezoek om 10.00 uur onvermijdelijk was. Het middagmaal maakte echter weer veel goed: opnieuw eieren, maar ook croissants, keizerbroodjes en maanzaadbolletjes met een overvloed aan luxe beleg, en èchte boter in plaats van margarine.
’s Nachts werden de lokaal traditionele paasvuren bezocht: voor kinderen is een goeie fik nooit weg, en het bood bovendien een van de spaarzame gelegenheden om tot zeer laat te mogen opblijven.

Op de ochtend van Hemelvaartsdag gingen we – opnieuw naar plaatselijk gebruik – in het holst van de ochtend ‘dauwtrappen’ op de Holterberg, waarna er rond koffietijd iets werd genuttigd in Hotel-Restaurant ’t Losse Hoes. Andere jaren wandelden we richting Markelo, en vernaperden we wat lekkers bij uitspanning In de Kop’ren Smorre.
Met Pinksteren werd er trouwens opnieuw veel en langdurig gewandeld.

Ook menig kerstvakantie werd in Holtense dreven doorgebracht. De kans op sneeuw was in die regio – uit de aard der zaak – veel groter dan aan de Hollandse kust (ik woonde zoals u weet in Leiden) en aldus kenden wij daar geregeld een ‘witte kerst’. Eindeloos sleetje-rijden, sneeuwballengevechten houden (vaak met wildvreemden) en sneeuwpoppen maken. Dat laatste gebeurde nog op traditionele wijze: met winterpeen, antracietkooltjes, een oude sjaal en een bezem.


Eindeloos sleetjerijden…

Het is mij trouwens opgevallen dat – ook nu onlangs in grote delen van Nederland meer dan een week sneeuw heeft gelegen – er nauwelijks meer van dat soort winterplezier wordt beleefd. Ik heb welgeteld één slee gezien en ook precies één sneeuwpop. En alleen de buurmeisjes heb ik elkaar zien inpoeieren met sneeuwballen…

We aten ons ongans aan de zelfgebakken kerststollen-met-amandelspijs van mijn Tante, en – een week later, met Oud & Nieuw – nog eens aan zelfgemaakte oliebollen, appelflappen en appelbeignets. Het maken van de oliebollen gebeurde in een hoge frituurpan waaraan lange handvatten zaten waarop het frituurzeef kon worden geplaats om de bollen te laten uitlekken. Moeder had een hoofddoek of theedoek om heur haar gewikkeld, teneinde niet zèlf naar vet te gaan geuren. De keukendeur stond wagewijd open, maar de hitte van het fornuis en de binnendringende kou hielden elkaar, ter hoogte van de drempel, precies in evenwicht.

Hoe brei ik nu een aanvaardbaar einde aan deze nostalgische mijmeringen? Niet door te beweren dat vroeger alles beter was. Integendeel, ‘vroeger’ is toch vooral die goeie ouwe tijd waarin onze voorouders het bepaald niet best hadden… Maar het was allemaal wèl wat simpeler en overzichtelijker. Genot en geneugten waren van een aandoenlijke eenvoud: tijdens verjaardagen een glas port + sigaar voor de heren, en een glaasje advocaat-met-slagroom voor de dames. Kom dáár nog maar eens om!

Verlangt u terug? Ik niet, maar het hàd wel wat…


Alle foto’s zijn afkomstig uit het familiealbum… nouja, beter gezegd: de spreekwoordelijke schoenendoos.

Categorieën:FoodBlog Event, Verhalen

Courgette uit de oven

11 januari 2009 Commentaar uitgeschakeld

Dit is het lievelingskostje van Neef Edwin; hij heeft het recept ooit vastgelegd omdat hij „het kan blijven eten”, zèlfs als zijn Betere Helft niet thuis is om het gerecht liefdevol voor hem te bereiden.

Edwin is naar eigen zeggen  „niet van het koken”, maar dit maaltje schijnt hij desondanks eigenhandig te kunnen maken!

Benodigdheden:

  • courgettes
  • gehakt
  • ui
  • knoflook
  • gedroogde basilicum
  • gedroogde oregano
  • gedroogde tijm
  • tomaten
  • artisjokhartjes
  • grofgeschaafde Parmigiano
  • witte rijst

Op de vraag in welke hoeveelheden en verhoudingen deze ingrediënten moeten worden verwerkt, kreeg ik als antwoord dat het ‘op gevoel’ moet, en dat het formaat van de gebruikte ovenschaal daarbij grotendeels bepalend is… Prima, zo mag ik het horen!

Voor 3 à 4 personen gebruikte ik:

  • 2 courgettes
  • 4½ ons mager rundergehakt
  • 1 grote ui (gesnipperd)
  • 4 tenen knoflook (fijngehakt)
  • 1 afgestreken tl gedroogde basilicum
  • 1 afgestreken tl gedroogde oregano
  • 1 afgestreken tl gedroogde tijm
  • 1 blikje ontvelde tomaten (400 gr)
  • 1 blikje artisjokhartjes (400 gr)
  • 2 ons grofgeschaafde Grana Padano
  • 2 kopjes basmatirijst

Bak het gehakt mooi rul met de ui, de knoflook en de gedroogde kruiden: basilicum, oregano en tijm; voorgemengde Italiaanse keukenkruiden kunnen volgens mij trouwens ook. Beetje peper en zout naar smaak.

Laat de courgettes ondertussen 10 tot 15 minuten zachtjes koken en snijd ze daarna, samen met de tomaten en de artisjokhartjes, tot schijfjes, partjes, plakjes of reepjes… nèt wat u wilt.

Overigens heb ik me niet aan het eerste deel van bovenstaand vooschrift gehouden: ik ben niet zo’n voorstander van gekookte groeten en heb aldus de courgettes eerst van hun jasje ontdaan, vervolgens met een kaasschaaf overlangs in dunne plakken gesneden en die kort geroosterd in een nauwelijks vette koekepan.

...courgettes in dunne plakken, kort geroosterd

Verdeel het ‘gehaktprutje’ over de bodem van een licht ingevette ovenschaal en leg hier in rijen de plakjes tomaat, artisjok en courgette overheen.

Het stond weliswaar niet in het recept, maar ik stortte ook het vocht van de onvelde bliktomaten er nog bij.

Dek het geheel af met een laag kaas, bij voorkeur grofgeschaafde Parmigiano Reggiano of Grana Padano.

Plaats de schotel in een voorverwarmde oven (op ± 200°C) tot de kaas goudbruin begint te kleuren. De hele zaak moet goed pruttelen. Serveren met gekookte rijst.

„Verrèkkes lekker”, schreef Neef Edwin. (Z’n vette Brabantse accent mag u er zèlf bij denken…)

Ik ben het hartgrondig met hem eens, niet in de laatste plaats omdat dit gerecht enigszins doet denken aan mijn eerder beschreven Courgetteschotel met ravioli, die eveneens goed uit de schaal was gegleden.

Apfelstreuselkuchen van Oma Guste

9 januari 2009 Commentaar uitgeschakeld

Een onverwoestbare klassieker uit de keuken van mijn grootmoeder.

Apfelstreuselkuchen is een platte plaatkoek, die het volledige oppervlak van een bakplaat beslaat.

Voor de streusel:

  • ½ pakje boter
  • ½ pd suiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 350 gr bloem

Een paar uur vóór het maken van het deeg de streusel bereiden, door alle ingrediënten goed met elkaar te vermengen, eventueel met een handmixer op lage snelheid. Koel wegzetten.

Voor het deeg:

  • ½ pond bloem
  • ½ zakje droge gist
  • 1 ei
  • 25 gr suiker
  • 125 ml lauwe melk
  • 30 gr gesmolten boter
  • snufje zout
  • 1 tl geraspte citroenschil

Van alle bestanddelen een deeg mengen en dit doorkneden tot het van de handen loslaat. Het deeg vervolgens enige keren slaan op een met bloem bestoven oppervlak.

Het daarna – toegedekt – ongeveer een half uur laten rijzen en dan weer doorkneden.

Na het rijzen goed uitrollen tot een dunne plak en op een ingevette bakplaat uitvleien. Voorts beleggen met gewelde appelpartjes van ongeveer 4 grote goudreinetten of andere zachtzoet-zure appels (bijvoorbeeld Rode Boskoop).

De streusel verkruimelen en over de deeglap strooien tot alles is bedekt, en de plaat tenslotte in een voorverwarmde oven schuiven op 210°C.

De koek is klaar wanneer hij – na pakweg een half uur tot 40 minuten – mooi goudbruin begint te kleuren. Van tijd-tot-tijd een blik door het ovenvenster werpen om te zien of de koek niet te snel bruint; de oven desnoods naar een lagere temperatuur schakelen, doch niet lager dan 150°C.

Vóór het serveren met poedersuiker bestrooien.

Van mijn Wijze Oude Moeder hoorde ik trouwens dat Oma de deegplak vaak in tweeën maakte en daartussen nog een paar flinke likken zelfgemaakte appelmoes smeerde. Dat geeft een nòg smeuïger resultaat.

Voor deze koek kun je zowat m’n hele familie ’s nachts wakker maken, en mij zelfs overdag!


Met dank aan Nicht Marjan voor het insturen van dit recept!

Goulash à la Sylvia

6 januari 2009 Commentaar uitgeschakeld

Als voorschotje op het FoodBloggers-thema van deze maand: dit is wèl een familierecept, zij het níet afkomstig uit míjn familie. Ik ontving het van een vriendin, wier stiefmoeder (geen boze, integendeel!) haar goulash vaak als volgt bereidt, naar een recept dat zij op haar beurt weer kreeg van een Française:

Voor een klein weeshuis:

  • 2½ pond rundvlees in blokjes (longhaas, lendestuk of mager soepvlees)
  • 3 el olijfolie
  • 2 ons roomboter
  • 3 paprika’s in blokjes (rood, groen & geel)
  • 2 grote uien, gesnipperd
  • 3 laurierbladeren
  • 1 mespuntje gedroogde tijm
  • 1 knoflook
  • 1 klein blikje tomatenpuree
  • 1 flesje Oud Bruin bier
  • zout en peper naar smaak

De gesnipperde uien in wat olie goudbruin bakken en de gesneden paprika’s toevoegen.
De blokjes vlees snel aanbraden in olie en boter op een hoge temperatuur en afblussen met bier tot het vlees juist onderstaat.
Dan het ui/paprikamengsel toevoegen evenals de tomatenpuree en de overige ingrediënten.

De pan sluiten en het gerecht net zo lang op een laag pitje laten sudderen en inkoken tot het vlees mals is (pakweg 3 tot 3½ uur). Geregeld roeren en eventueel bier toevoegen als het mengsel te droog dreigt te worden. Beslist geen water gebruiken: dan maar liever een tweede flesje bier opgeofferd!

Vooral ook géén bloem, aardappelmeel, maïzena of ander bindmiddel toevoegen. De saus moet de gewenste dikte bereiken door voldoende in te koken.

Als liefhebber van knoflook ben ik altijd wat kwistiger met de tenen: doorgaans reken ik 1 teen per persoon, dus in deze goulash kunnen met gemak 6 tenen.

In plaats van peper gebruikte ik een mengsel van chilipoeder, paprikapoeder en cayennepeper.

Deze goulash was zó lekker dat het vanzelf een familierecept zal worden: een blijvertje, kortom!