Archief

Posts Tagged ‘Banket’

Koningskoek

6 januari 2010 4 reacties

Gevraagd naar mijn levensbeschouwelijke overtuiging antwoord ik altijd met een vette knipoog: “vrolijk orthodox”. Van de ècht orthodoxe gebruiken heb ik echter niet de geringste sjoeche.

Driekoningen is voor mij dan ook slechts het sein om de kerstboom af te tuigen en met een noodvaart naar het postkantoor te hollen om de laatste nieuwjaarswensen op de bus te doen. Dit jaar was dat niet anders. (Overigens blijk ik met die boom altijd te vroeg te zijn geweest: dat ‘mag’ pas de dag ná Driekoningen.)

Maar 6 januari kent bij nader inzien een rijke roomse traditie. Net als op Sint Maarten gaan er kinderen (ditmaal verkleed als de Wijzen uit het Oosten) met lampionnen langs de deuren om liedjes te zingen en geld of snoep op te halen. In die zin is het dus een bedelfeest.
Voorwaarde is wel dat één op de drie ukkepukken zwart is geschminkt om de (naar verluidt uit Afrika afkomstige) Wijze koning Caspar te verbeelden.

Een ander oud paaps gebruik is het eten van een koek of taart waarin een (witte) boon is meegebakken. Deze gewoonte is ontleend aan de Oud-Germaanse midwintervasten, waarin het eten van peulvruchten (toen het voornaamste voedsel) ongeoorloofd was.
Wie op de laatste avond van die vastentijd in de taart het ‘heilig boontje’ trof, was de koning en aldus voor één dag de baas in huis.


Driekoningen – Jan Steen

Geregelde lezers weten dat ik – culinair beschouwd – geen koekebakker ben. Taalkundig bezien juist weer wèl: ik bak er maar weinig van. Psychisch nog niet hersteld van mijn boterkoek-fiasco stelde ik de bereiding van een ordentelijke Driekoningenkoek aldus nog een jaartje uit, zodat ik in de tussentijd een beetje kan oefenen.

Naar men zegt dient zo’n taart te worden bereid van frangipane: een beslag op basis van amandelspijs, boter, suiker, eieren en bloem. Welnu, de officiële lezingen van die recepturen laat ik even voor wat ze zijn: uit één van de vele hier voorhanden zijnde kook- en bakboeken zocht ik deze – in mijn optiek betrekkelijk simpele – ‘Koningskoek’ uit:

Ingrediënten

  • ½ pd boter
  • ½ pd suiker
  • 6 eieren
  • sap en geraspte schil van een ½ citroen
  • snufje zout
  • 1 el rum
  • 190 gr bloem
  • 60 gr maïzena
  • ½ ons gepelde en gemalen amandelen
  • 120 gr sultanarozijnen
  • 1 witte boon
  • poedersuiker

Wentel de rozijnen door de bloem en houd ze apart.

Snijd de boter met twee messen tot vlokken in een hoge (beslag)kom.

Verdeel hierover suiker, eieren, citroenschil en -sap, zout, rum, bloem en maïzena en klop dit alles gedurende ca 2 min met de mixer op de hoogste stand.

Voeg dan de gemalen amandelen, de sultana’s plus die ene witte boon toe en spatel ze gelijkmatig door het beslag.

Schep het beslag in een goed ingevette cakevorm van ca 30 cm lengte en strijk het glad.

Bak de koek in een voorverwarmde oven (175 à 200°C) gaar: 60 à 70 min.

Laat de koek in de vorm een beetje afkoelen en stort hem dan op een taartrooster. Tenslotte met poedersuiker bestrooien.

Categorieën:Recepten Tags:

Boterkoek met amandelspijs

23 november 2009 5 reacties

Mijn ouders zijn onverbeterlijke zoetekauwen. Hoe dat zo is gekomen? Geen idee. Toen ik klein was werd er volstaan met een Mariakaakje bij de thee en een spritsje bij de koffie. Mijn vader snoepte in het geheel niet. Hij hield niet van ‘zoet’; opvallend genoeg tot het moment dat hij aan diabetes ging lijden.

Dagelijks krijg ik tegenwoordig dus opdracht om ‘IVBDK’ (Iets Voor Bij De Koffie) mee te brengen van mijn inkoop-expedities. En aldus vliegen de Limburgse vla’s – ten noorden van de afslag Roosteren/Susteren ‘vlaaien’ genoemd – er in onmatige hoeveelheden doorheen, net als banketstaven, cakes, stollen en allerlei baksels uit de oliebollenkraam.

De uitgaven daarvoor beslaan inmiddels een onevenredig deel van het ouderlijk boodschappenbudget, en dus bedacht ik dat het misschien ook anders kan. Nu ben ik geen fervent koekebakker: ik houd zèlf namelijk niet van zoetigheden.

Ik heb dan ook nauwelijks ervaring met bakovens, behalve dan voor het maken van een incidentele quiche. Wellicht komt daarin vanaf vandaag verandering. Laat ik maar eens eenvoudig beginnen: met boterkoek.

Ingrediënten:

  • 2 ons bloem
  • 1½ ons boter
  • 1 ons fijne witte suiker of basterdsuiker
  • ½ ons amandelspijs (zie hieronder)
  • snufje zout

Voor de amandelspijs:

  • 1½ ons amandelen
  • 1½ ons suiker
  • 1 ei
  • 1 el water
  • geraspte schil van ½ citroen

Kook de amandelen even op. Pel ze, was ze af en laat ze drogen. Maal ze daarna in een keukenmachine fijn.
Vermeng de gemalen amandelen met de suiker, het ei, water en de geraspte citroenschil.
De amandelspijs kan het best enige tijd van te voren worden gemaakt, liefst enkele dagen of zelfs een week. Gedurende die tijd kan het – gewikkeld in plastic keukenfolie – in de koelkast worden bewaard.

Roer boter, suiker, amandelspijs en zout goed dooreen. Voeg de bloem er langzamerhand aan toe en vermeng alles goed.

Vorm van het deeg een ronde platte koek (± 2 cm) in een lage open bakvorm. Bestrijk de bovenzijde met eidooier.

Bak de koek gedurende 20 à 30 min in een matig warme oven (ca 160°C) goudbruin en goed gaar.


Naschrift:
Ik wìst het, ik wìst het…! Voor slimme jongen heb ik nooit gedeugd, en ook een begenadigd pâtissier zal ik nimmer worden. Wat er mis ging? Geen benul. Maar dat deeg – zoals hierboven beschreven – leek om te beginnen al nergens op: droog, korrelig en zonder ‘gepast geweld’ niet van de deeghaken los te slaan. Om het iets smeuïger te krijgen heb ik een scheutje melk toegevoegd, vervolgens een ei en tenslotte nog wat water. Toen begon het ergens op te lijken. Maar na een half uur in de oven bleek de koek nog niet eens hàlfgaar. Pas na een uur – inmiddels op een hogere temperatuur (185°C) – begon Bleke Bet een beetje kleur te krijgen en kon de koek uit de oven. De hamvraag: “was ‘ie lekker?” Mwah, ik vond hem maar zo-zo en was ook nog eens het snufje zout vergeten… Het bakken van banket laat ik voortaan weer aan de bakker over.

Categorieën:Recepten Tags:

Joodse gemberbolussen

14 september 2009 Commentaar uitgeschakeld

Ik kan potdikke m’n hielen ook niet uit onze hoofdstad lichten, of er blijkt zich daar alweer een klein drama te hebben afgespeeld.

Pas gisteren (ruim een jaar na dato!) bereikte mij het schokkende bericht dat bakker Theeboom uit de Maasstraat de deuren op last van de bank heeft moeten sluiten.

‘Failliet’ heet zoiets officieel; Amsterdammers noemen dat ‘pleite’. (Brenger van de jobstijding was trouwens mijn Mokumse informante Tanja…)

Toen ik – al lang geleden – nog in de Transvaalwijk woonde, had ik er graag een stevige zondagse wandeling voor over om in de Rivierenbuurt een gemberbolusje te gaan nasjen. Sinds ik op de Veluwe verblijf moet ik die lekkernij helaas missen.

Het blijkt echter heel goed mogelijk – zij het met enige inspanning, gezien ingrediëntenlijst en werkwijze – om de kleverige broodjes zèlf te maken, getuige dit recept op de website ‘Joods Amsterdam’.

Uit sentimenteel-melancholische overwegingen ga ik dat vandeweek maar eens doen: zònder rabbinaal toezicht…

Categorieën:Recepten, Verhalen Tags:

Kwee lapis (spekkoek)

25 mei 2009 3 reacties

Vorige week is de Pasar-Tong-Tong-Malam-Fair-Besar weer begonnen. De wàt?!

Precies: uw vraag geeft de spraakverwarring al aardig weer.

Voor degenen die het nog niet wisten: de Haagse Pasar Malam Besar heeft een naamsverandering ondergaan, en heet voortaan Tong Tong Fair.

What’s in a name? A rose is a rose… by any other name it would smell as sweet!

En geuren dóet het daar: naar gerechten uit alle windstreken van de Ind(ones)ische archipel.

Jammer alleen van dat vermaledijde, van staatswege (door Kameraad Klink) opgelegde rookverbod: helaas dus geen heerlijke kretèkwolken meer in de DDR-aan-Zee!

Sommige dingen veranderen echter nooit, dus het hele rijtje beroeps-kroepoeks was weer komen opdraven: van Wieteke en Andres (die van Sandra) tot een Tielman-broertje en de onvermijdelijke Rocky Tuhuteru (die van de gratuite vragen en de makkelijke inkoppertjes).

Radio5 besteedde er gistermiddag uigebreid aandacht aan; de uitgekauwde selamat datangs, selamat makans en selamat siangs waren weer niet van de lucht. Kortom: een hoop tempo doeloe-gedoe.

Laat ik mijn open Indische deurtje vandaag dan ook maar intrappen: een recept voor spekkoek (op hedendaagse Indonesische spijskaarten ook nog wel eens aangetroffen als spekuk) die eigenlijk kwee lapis heet.

Benodigdheden:

  • 1 vanillestokje
  • 4½ ons gezouten boter (Zeeuwse of Bretonse)
  • ½ pd witte basterdsuiker
  • 6 eieren
  • 1 ons bloem
  • 25 gr maïzena
  • 2 el kaneel
  • 2 tl nootmuskaat
  • 2 tl fijngewreven anijszaad
  • 2 tl kruidnagelpoeder
  • 2 tl kardemom
  • 3 el dikke kokosmelk

Het ingrediëntenlijstje mag dan niet zo indrukwekkend zijn, de bereidingswijze is bepaald niet ongecompliceerd. Gaat u even zitten (duduk): het wordt een lang verhaal.

Leg om te beginnen het vanillestokje een half uur in ruim koud water. Snijd het daarna overlangs doormidden, neem met behulp van een theelepeltje het merg weg uit beide helften en houd dit apart.

Roer de boter in een kom tot een zachte massa. Voeg tijdens het roeren het vanillemerg en – beetje voor beetje – de helft van de suiker toe. Roer en klop dit totdat het een fraai glanzende massa is geworden.

Scheid de eieren. Sla de dooiers schuimig op en voeg er tijdens het kloppen de rest van de suiker aan toe. Blijf kloppen tot een mooie schuimige massa is ontstaan.

Klop in een andere kom de eiwitten stijf op. Spatel het eierdooiermengsel zo luchtig mogelijk door het botermengsel.

Zeef de bloem, de maïzena en een mespuntje zout er boven en roer ze door de massa. Spatel daarna zo luchtig mogelijk de stijfgeklopte eiwitten erdoor.

Schep de helft van het nu verkregen beslag in een schone kom en voeg alle genoemde kruiden en specerijen er aan toe. Spatel alles luchtigjes door elkaar.

U hebt nu twee verschillend gekleurde soorten beslag gekregen: lichtgekleurd beslag zònder kruiden en specerijen, en een vrij egaal bruingekleurd beslag mèt kruiden en specerijen. Voeg aan beide beslagjes 1½ el kokosmelk toe.

Schep op de bodem van een ingevette springvorm (Ø 22 à 24 cm) een dunne laag van het bruine beslag (ca 6 eetlepels).

Plaats de vorm onder een reeds hete grill of in een voorverwarmde oven (175°C). Neem de vorm na 3 minuten onder de grill vandaan. Het beslag dient dan juist gaar te zijn.

Schep vervolgens een laagje lichtgekleurd beslag erop en plaats de vorm weer onder de grill. Schakel indien mogelijk de onderwarmte uit.

Verwerk op deze wijze – laag voor laag – al het beslag. Wanneer het bovenste beslaglaagje (bij voorkeur het bruine) gaar is, kunt u de hittebron uitschakelen en de taart nog enkele minuten laten staan, voordat u hem uit de oven haalt.

Verwijder de vorm pas wanneer de koek geheel is afgekoeld.

Categorieën:Recepten Tags: , , ,

Tante Rika’s citroenkoek

18 januari 2009 2 reacties

Tante Rika was eigenlijk geen èchte tante van mij maar een volle nicht van mijn moeder. Nou, à-la… ze was in elk geval familie: vandaar dit recept, opnieuw in het kader van het “FoodBlog Event januari 2009”.

De summiere beschrijving was in eerste instantie afkomstig van mijn Jongste Tante van de Warme Kant, maar de volledige bereidingswijze werd ingestuurd door Tante Rika’s eigen zoon Peter (die aldus een achterneef van mij is, en hier nog altijd Pietje wordt genoemd).

Toegegeven: ik heb deze koek nog niet zèlf gemaakt (een foto ontbreekt dan ook jammerlijk) maar ik wilde het recept alvast plaatsen, eer deze maand – en dus ook het FoodBloggers Event – tot een einde is gekomen.

De basis voor deze koek bestaat uit drie bodems van cakedeeg, elk 26 of 28 cm in doorsnede.

Voor de cakebodems:

  • 1½ pak Koopmans cakemeel
  • 1 pd witte basterdsuiker
  • 1½ pakje boter
  • het eiwit van 6 eieren
  • 3 flesjes amandelolie

Het cakebeslag goed luchtig slaan in een ruime kom en de bodems in ca 1 uur bakken in een zeer matig warme oven.

Voor de vulling:

  • de dooiers van 6 eieren
  • 3 ons suiker
  • ½ pakje boter
  • het sap van 3 à 4 citroenen

Suiker met boter en citroensap in een pannetje doen en au Bain-marie verwarmen tot de boter is gesmolten en alle suiker is opgelost. De pan van de warmtebron halen.

Dan de eidooiers met een garde loskloppen (uitdrukkelijke waarschuwing van Peter: „geen druppel eiwit erin laten komen, want dat gaat niet best”) en langzaamaan het suiker-boter-sapmengsel toevoegen en de pan weer verwarmen. Opnieuw rustig, kalm, liefdevol en langzaam tegen de kook aan brengen en je zult zien dat het heerlijk bindt. Daarna laten afkoelen.

Als het mengsel bijna koud is, maar nog wel vloeibaar, deze vulling tussen de cakebodems spatelen.

Voor het glazuur:

  • 125 gr gezeefde poedersuiker
  • enige druppels citroensap, citroenaroma of citroenjenever
  • beetje water

De poedersuiker vermengen met het citroensap en daar druppelsgewijs zoveel water door roeren dat het een dik papje wordt. Dit papje roeren tot het glanzend is. Het koud bereide glazuur wordt met een breed mes of met een kwastje snel over de koek uitgestreken. Het moet daarna nog een tijdlang staan om uit te harden.

Voor de versiering:

  • strooidecorartie van Dr. Oetker, bijvoorbeeld eetbare confetti of suikerhartjes

Wil men garnering op het glazuur aanbrengen, dan moet dit al zo ver gedroogd zijn, dat de garnering er niet meer doorheen zakt. Het mag echter nog niet geheel hard zijn, want dan houdt het glazuur de garnering niet meer vast; bovendien barst het bij aanraking.

Categorieën:FoodBlog Event, Recepten Tags: