Archief

Posts Tagged ‘Mening’

Uitgelachen

20 november 2009 6 reacties

Middenstanders bestaan er in soorten: handelaren en ‘zakenmensen’. Een èchte handelaar heb ik gevonden in mijn groenteboer, die als het moet door roeien en ruiten gaat om de spullen voorradig te krijgen die ik graag bij hem wil kopen.

De andere soort heb ik ontdekt in twee Keurslagers (één in Apeldoorn en één in een aanpalende buurtschap) die je recht in je gezicht uitlachen als je met een bestelling op de proppen komt die ze niet kunnen leveren, voornamelijk omdat ze niet eens weten waarover je het hebt.

“Domheid en trots bloeien op dezelfde rots…”

Onverholen spot zal dan ook uw deel zijn wanneer u – zoals ik vandaag – om ‘pancetta’ (Italiaans gedroogd buikspek) komt vragen.
Twee jaar geleden overkwam me precies hetzelfde tijdens mijn Veluwse strooptocht naar ‘pastrami’: Roemeens-Joods gerookt pekelvlees. Die bestelling leidde eveneens tot grote hilariteit onder het voltallige personeel en dito klandizie.

Beide delicatessen zijn in mijn voormalige woonplaats Amsterdam overigens op vrijwel elke straathoek verkrijgbaar, zonder dat je daarbij de hoon van de leverancier behoeft te verduren.

In de twee niet bij naam en toenaam te vermelden slagerijen verkoopt men balkenbrij (yuck) per kilogram; die vindt gretig aftrek onder inboorlingen. Voor heel veel anders ziet men in Apeldorp – bij vermeend ‘gebrek aan vraag’ – geen markt.

Resteert het gedrag van deze detaillisten: niet alleen is het hondsonbeschoft om ten overstaan van een volle winkel je clientèle af te zeiken (excusez le mot), het is – uit zakelijk oogpunt – ook nog eens bijzonder onhandig: mij zien ze in beide winkels namelijk niet meer terug!

P.S.: geheel tegen mijn gewoonte in heb ik de panchetta van Albert Heijn betrokken. Het was er zo goed als uitverkocht: hoezo ‘geen vraag naar’?
En ohja, voordat ik het vergeet: uitstekende pastrami verkoopt men bij slagerij ter Weele, in (nota bene) de gehuchten Emst en Oene!

Advertenties

Zelfcensuur

30 oktober 2009 4 reacties

Naar mijn eigen onbescheiden mening ben ik doorgaans best een ‘aardige vent’. De kwestie is, dat niet iedereen mij ook aardig vìndt.

Het omgekeerde – mutatis mutandis – is trouwens eveneens geregeld het geval…

Op 2 maart jongstleden heb ik me hier in nogal krasse termen uitgelaten over Karel Wijnen: ‘Chef de Cuisine’ en ‘Patron’ van restaurant Molenwijk in Boxtel. Ik vond hèm niet aardig, en dat gevoelen was kennelijk geheel wederzijds. Eén en ander heb ik – toegegeven – zonder schroom en vrij ongezouten beschreven.

Vandaag kreeg ik een e-mailtje van de oom en tante, ter ere van wie het etentje in dat etablissement was georganiseerd. Ze bleken ‘not amused’ met mijn kritiek en verzochten mij dan ook het betreffende artikel van mijn blog te verwijderen.

Om de goede familiebanden niet te schaden heb ik met frisse tegenzin aan dat verzoek gehoor gegeven, in de hoop echter dat ik van deze werkwijze geen gewoonte moet gaan maken…

Categorieën:Restaurants, Verhalen Tags:

Appeltjes van Oranje

10 oktober 2009 1 reactie

Een misleidende kop, ja: het gaat weer eens niet over eten of drinken. Maar ik màg dat (als quasi-columnist) van mezelf en heb nu tenminste uw aandacht. Daar ging het om.

Vooropgesteld dat ik als onvolgroeid politicoloog geen historicus ben, en al evenmin een staatsrechtdeskundige, tòch even wat gedachtespinsels over het veelbesproken ‘koningsdebat’ dat in de voorbije week plaatsvond, zonder daarbij in te gaan op details over belastingconstructies, vakantiehuizen in Afrika of kosten voor privé-vluchtjes met de PH-KBX.

Keer op keer wordt er in zowel onze volksvertegenwoordiging als in de media beweerd dat de constitutionele monarchie als staatsvorm gehandhaafd dient te blijven omwille van de “historische banden met het Oranjehuis”.

Die banden zijn er inderdaad, maar voeren in meerderheid van jaren terug op een periode waarin die Oranjes juist géén monarchen waren, doch slechts eenvoudige presidenten (destijds ‘stadhouders’ geheten) en het landsbestuur de facto voor een groot deel berustte bij raadspensionaris of landsadvocaat: een soort regeringsleider.

Even met zevenmijlsstappen door de vaderlandse geschiedenis: de voorloper van het huidige Nederland werd gevormd door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die formeel bestond vanaf 1588 (feitelijk 1581: het geboortejaar van de Nederlandse natie) tot 1795.

Aansluitend kwam, onder druk – en ten gunste – van de Fransen, de Bataafse Republiek tot stand (1795 – 1801) waarin de Oranjes overigens geen rol meer speelden. Die republiek hield slechts zes jaar stand, waarna hij werd voortgezet onder de naam Bataafs Gemenebest. Bij gebrek aan vertrouwen in die Franse vazalstaat installeerde Napoleon Bonaparte in 1806 zijn broer als koning van het Koninkrijk Holland.

De Oranjes keerden – na een afwezigheid van bijna twee decennia – pas aan het einde van 1813 weer terug (Vorstendom der Nederlanden). Met tussenkomst van het Verenigd Koningkrijk der Nederlanden ontstond uiteindelijk in 1848 de staatsvorm zoals we die heden-ten-dage nog kennen: het Koninkrijk der Nederlanden. (In feite dus een restant van de Franse overheersing.)

Tel even met me mee: Nederland heeft met bemoeienis van verscheidene Oranjes dus langer als republiek bestaan dan als monarchie, respectievelijk 207 (of 214) jaar republiek tegen slechts 196 jaar monarchie. Indien er al sprake zou zijn van een historisch motief om de Oranjes een rol in het staatsbestel te gunnen, dan zou het die van stadhouder in een Nederlandse republiek moeten zijn.

Een ander vals argument ter verdediging van de monarchie (deze week ten onrechte óók weer in de Tweede Kamer geuit) is de vermeende ‘steun’ van het Nederlandse volk voor het behoud ervan. Ik kan me echter niet herinneren ooit naar een stembus te zijn geroepen om mijn ja of nee over deze staatsvorm uit te brengen.

Maar kennelijk is de wens de vader van de gedachte: men méént voldoende draagvlak voor de monarchie te hebben op grond van… ja, van wàt eigenlijk?

Een handjevol Orangisten die kijkend naar ‘Blauw Bloed’, en geruggesteund door de Christelijk confessionelen (nog steeds gelovend in de band tussen God en Oranje) met een abonnement op ‘Vorsten’ wekelijks óók nog alle pulpblaadjes doorvlooit, op zoek naar betoverende plaatjes van sprookjesprinsen en -prinsessen. Meer niet.

Mijn voorstel (utopisch, naar ik vrees): haal de Oranje-angel uit het politieke debat door de nakende troonsafstand van Hare Majesteit aan te grijpen als moment om – op historische gronden! – de Republiek der Nederlanden te herstellen.

Indien een Oranje-telg zich wenst te kandideren voor het stadhouderschap, dan ben ik daar ’s voorshands niet op tegen en geef ik je zelfs op een briefje dat ‘ie met overweldigende meerderheid van stemmen nog wordt gekozen óók!

Functionerend als staatshoofd zou zo’n Oranje-stadhouder (dienaar van de Staten Generaal) eenzelfde rol toebedeeld kunnen krijgen als – laten we gemakshalve zeggen – de Duitse Bondspresident: een ceremoniële lintenknipper van wie zowat geen mens de naam kent, laat stáán dat men van zo iemand àl te veel hinder ondervindt.

En laten we dan onze – eveneens gekozen! – ‘premier’ (ook zo’n anachronistisch overblijfsel uit de Franse tijd) dan met veel gevoel voor historie maar weer gewoon ‘raadspensionaris’ gaan noemen…

Categorieën:Columns Tags:

Bemoeizucht

25 augustus 2009 6 reacties

Al vaker heb ik op dit blog geageerd tegen Nederlanders in het algemeen en hun merkwaardige gewoonten in het bijzonder. De ergernis over het volk waarvan ik zèlf deel uitmaak kent echter nog steeds geen grens.

Nu is er weer een akkefietje over een jolige meid van dertien lentes jong, die in haar uppie met een zeilboot de wereld rond wil.

Mijn eerste ingeving was: dapper… dat moet ze doen!

Maar toen ging ik naar de radio luisteren en het was weer het oude liedje. Meningen zijn hier net als poepgaatjes: iedereen heeft er een.

Er kwam geen einde aan de opsomming van redenen waarom het Laura (nota bene) verboden zou moeten worden om haar meisjesdroom na te jagen.

En het enige bezwaar wat ik kon bedenken was: eet ze onderweg wel lekker en gezond?

Mijn eigen zeezeiltripjes indachtig kwam ik niet veel verder dan wat blikvoer (wikkels op voorhand verwijderd: met watervaste stift de inhoud op het metaal geschreven) en soms iets vers, als er tenminste een haven werd aangelopen.

Geen moment heb ik me bekommerd om Laura’s educatie. Vermoedelijk leert ze tijdens haar reis meer dan de indolente puberblagen die – hier achtergebleven – in hun schoolboeken blijven bladeren, als ze tenminste niet ergens in een keet zitten te zuipen, blowen, snuiven of slikken.

Ook over de risico’s maak ik me nauwelijks zorgen: het kind kan – naar verluidt – zeilen als de beste en afgezien van een opstekende orkaan (tijd om te reven en op drijfanker de storm uit te zingen) zijn er op de wereldzeeën betrekkelijk weinig obstakels.

Maar nu is er dus een overijverige ambtenaar van de Raad voor de Kinderbescherming naar de rechter gestapt om precies díe eigenschap te bevestigen die ik al heel lang aan ons volk toedicht: bemoeizucht!

Inmiddels heeft Laura aangekondigd zich desnoods in Nieuw-Zeeland te willen vestigen om haar wens in vervulling te doen gaan. “Way to go, girl!”

Mijn advies aan haar zou luiden: lever dan ook meteen je Nederlandse paspoort in, want je zult zien… indien je onderneming slaagt (wat ik vurig hoop) gaan de vaderlanders die nú dwars liggen met jouw succes aan de haal en daar goede sier mee maken.

Ik zie de chocoladeletters van de ‘gezond-verstand-krant’ over twee jaar al voor me: “15-jarige Nederlandse zeilt solo rond wereld”. Gun ze dat plezier niet!

Laura, ik wens je heel veel succes maar beloof me één ding… zorg onderweg goed voor jezelf en hou je kombuis kuis!

Categorieën:Columns Tags:

Vlaamse mosselboycot

15 augustus 2009 2 reacties

Onze Vlaamse vrienden heb ik – althans wat eten en drinken betreft – eigenlijk nog nooit op principes kunnen betrappen, behalve dan dat het principieel lekker moet zijn.

Nu die zuiderburen plots dreigen om de lekkerste mosselen ter wereld (de Zeeuwse) links te laten liggen, moet er dus ècht wel iets aan de hand zijn.

Gewoonlijk komen de Vlamingen bij busladingen tegelijk naar de Zeeuws-vlaamse mosselstad Philippine, waar ze zich aan deze delicatesse tegoed doen, maar Antwerpse restaurantshouders kopen ze ook op grote schaal in Yerske.

U leest – net als ik – de krant (want u bent een intelligent publiek) dus ik hoef de heikele kwestie over de Westerschelde hier niet meer uit te spellen.

Wat mij in hoge mate bevreemt is dat de bewindvoerder van één der Belgische deelregeringen kennelijk voldoende gezag heeft om de Nederlandse ambassadeur op het matje te kunnen roepen.

Ik meende altijd dat soevereine naties diplomatiek gezien op gelijkwaardig niveau met elkaar zaken doen. Dat blijkt sinds kort echter een misvatting.

Maar nu de Vlamingen die weg tòch zijn ingeslagen: een voorgenomen mosselboycot lijkt mij voldoende aanleiding voor de Zeeuwse Commissaris van de Koningin om – op Nederlandse beurt – de Belgische ambassadeur te ontbieden.

Los van dit alles is het natuurlijk te zot voor woorden dat de Vlaamse politiek zich mengt in soeverein Nederlands recht. Ik zou het bijna willen kenschetsen als ‘ongeoorloofde inmenging in binnenlandse aangelegenheden’.

Onze Raad van State, het hoogste rechts- en adviesorgaan, heeft een uitspraak gedaan, als gevolg waarvan de Westerschelde voorlopig niet kan worden uitgediept. Zo gaat dat in een rechtsstaat, of ge dat nu plezant vindt of niet.

Wegens de scheiding der machten (Montesquieu) kunnen onze politieke gezagsdragers daar weinig tot niets tegen ondernemen, of het zou de uitvaardiging van een noodwet moeten zijn.

Tot die tijd zit er weinig anders op dan het Vlaamse initiatief met gelijke munt terug te betalen (oud-testamentische hardvochtigheid zit ons immers in het bloed?) door vooralsnog bijvoorbeeld geen Vlaamse klooster- en abdijbieren meer te bestellen.

Nederland, let op uw zaak: de Walen verkopen óók lekkere spullen…! (En die mosselen eten we zèlf wel op.)


Naschrift 18 augustus 2009:

Van de oproep tot een boycot van Zeeuwse mosselen is niets te merken in de Antwerpse binnenstad. Bij veel restaurants hangen juist posters en spandoeken die ‘Zeelands roem’ aanprijzen, zo blijkt uit een rondgang. De Vlaamse partij Open VLD had de restauranthouders vrijdag opgeroepen de Zeeuwse mosselen te boycotten. Dat moest een protest zijn tegen de Nederlandse vertraging bij het verdiepen van de Westerschelde voor de Antwerpse haven. „Ik had niet van de actie gehoord. Ik zou er ook niet aan meedoen”, zegt een ober van een restaurant.

Bron: Trouw

Aanvulling 19 augustus 2009:

‘Balkenende moet burenruzie sussen’

Aanvullingen 21 augustus 2009:

‘Noodwet voor baggeren Westerschelde’
Het trauma van Antwerpen

Lendehaas & wâldgieltsje

11 augustus 2009 5 reacties

Gistermiddag deed mijn vaste AFG-leverancier Sjoerd Veeneman me versteld staan door plots een kistje wâldgieltsje onder m’n neus te schuiven. Ik had hem er weken geleden om gevraagd en zag toen slechts grote vraagtekens in z’n ogen.

Maar een èchte groentboer is niet voor één gat te vangen en door de distributiekanalen op de juiste wijze te bespelen had hij deze lekkere Friese piepers dan toch eindelijk bemachtigd en wel via groothandelaar Postuma uit IJsselmuiden.

Aanvankelijk wilde ik ze naast een stukje stoofvlees vlijen maar daar leken ze me bij nader inzien te delicaat voor. Speurend in de online Leeuwarder Courant stuitte ik evenwel op een recept van Klaas Kasma voor jodenhaas met sjalotten en dàt leek me wel wat.

Zo’n stukje schoudervlees wordt door politiek correcte fijnslijpers ook wel – op z’n Antwerps – ‘diamanthaas’ genoemd maar geen slager die dat snapt, net zo min als een bakker iets zou kunnen bedenken bij ‘diamantkoeken’…
(Het zijn ongetwijfeld dezelfde aanstellers die het ook hebben over ‘Kip Mumbai, ‘Beijing-eend’ en ‘Sri Lankathee’.)

Maar zoals u ondertussen wel zult weten woon ik sinds enige tijd (inmiddels tot mijn grote droefgeest!) op de Veluwe en het enige wat men hier goed verkoopt is ‘NEE’.

Geen jodenhaas dus maar een wat minder zeldzame – en de kennelijk beter gewaardeerde – lendehaas (kogelbief).

‘k Heb een hele discussie gevoerd met de slager, want hij verkoopt óók al geen kalfs-, geite- of schapevlees. „Daar is geen vráág naar”, zegt ‘ie.

Ik denk dat dat nonsens is. Vraag kun je ook kwéken, door incourante producten gewoon in je toonbank te leggen en op de juiste manier aan te prijzen. Receptje erbij: een kind kan de was doen.

Enfin, liefst had ik er mooie gele boterbonen (haricots jaunes) bij geserveerd maar u raadt het al: ook díe zijn in deze regio niet te koop (Sjoerd: werk aan de winkel!) en dus nam ik genoegen met de fijnste sperziebonen (prinsessebonen) die ik kon bemachtigen.

Ondanks mijn tot een dieptepunt gedaalde humeur heb ik van de ingekochte ingrediënten – al zeg ik het zèlf – tòch nog een lekker maaltje weten te maken. En ohja: de cognac uit het recept van Klaas heb ik vervangen door Berenburgh.

Anoniem

19 juli 2009 4 reacties

Voor de gelegenheid publiceer ik dit verhaal onder dezelfde kop als Ephimenco zijn kolommetje enkele dagen geleden in Trouw.

Daarin trok hij nogal fel van leer tegen „bloggers, zelfgeproclameerde columnisten (…) die tekeergaan, fulmineren, terechtstellen en executeren, vanachter de veilige dekmantel van een armzalig pseudoniem”.

Uit de aard der zaak voelde ik me onmiddellijk aangesproken, aangezien ook ìk mijn weblog niet onder naam en toenaam tik.

Bijna beledigend werd het echter bij de zinsnede waarbij Sylvain mij en vele mede-bloggers afschilderde als „bibberende schimmen”.

Wat een zelfingenomen quasi-stoere poeha..!

De reden (laat ik voor mezelf spreken) waarom ik in relatieve anonimiteit opereer wordt door deze orakelende Algerijnse Fransoos zèlf aangedragen, namelijk het feit dat een verkeerd woord of bewering je al in de rechtszaal kan doen belanden.

Met een toereikend PCM-salaris (en door de krant geruggesteund) beschikt de heer Ephimenco allicht over voldoende middelen om zichzelf van adequate rechtshulp te verzekeren, maar niet iedereen is zo bevoorrecht.

Tegen de tijd dat de hoofdredactie van Trouw ook mij een honorarium wil bieden voor het produceren van krantenstukjes, ga ik dat ogenblikkelijk onder mijn volledige naam doen… erewoord!

Tot die tijd laat ik mij evenwel de mond niet snoeren en oefen ik – geanonimiseerd – mijn recht op vrije meningsuiting onverminderd uit, of de broodschrijvende Trouw-columnist dat nu leuk vindt of niet.

Categorieën:Columns, Media Tags: