Archief

Posts Tagged ‘Nagerecht’

Kerstmenu 3

15 december 2009 5 reacties

Gerookte zalm met eieren

Ingrediënten

  • 175 à 200 gr gerookte zalm, in zeer dunne plakken
  • 2 hardgekookte eieren
  • 25 gr boter
  • 1 el crème fraîche
  • enkele druppels Worchestershiresaus
  • zout
  • peper uit de molen
  • 1 klein potje zalmeitjes
  • 1 kropje sla

Voor de dressing

  • 1 tl kruidenazijn (bij voorkeur: dragon)
  • 1 el slaolie

Voorts

  • 2 middelgrote tomaten
  • 0,75 dl crème fraîche
  • 1 el droge witte Franse vermouth (Noilly Prat)
  • 1 el fijngesneden dille

Halveer de eieren in de lengte. Wip de dooiers uit de eiwitten en snijd de eiwitten aan de onderzijde iets af, zodat ze rechtop kunnen blijven staan.
Maak de eiwitten daarna met een stukje keukenpapier schoon, zodat er geen spoortje van de dooiers meer te bekennen valt.

Wrijf de dooiers door een zeer fijne zeef. Doe daar de zachtgeroerde boter en de crème fraîche bij. Roer alles goed door elkaar, tot een egale zalfachtige massa is verkregen. Voeg er naar smaak enkele druppels Worchestershiresaus, wat zout en peper aan toe.
Doe de massa over in een spuitzak waarin een kleine gekartelde spuitmond is bevestigd. Spuit op de randen van de eiwitten een randje eiboter. Schep daarna zoveel zalmeieren in de eiwitten dat ze als een bergje boven de randen van de eiboter uitsteken.
Plaats de eieren op een platte schotel en zet deze in de koelkast. Neem ze een kwartier voordat het gerecht wordt opgediend uit de koeling.

Maak de sla schoon. Gebruik van de sla het lichte groengele hart. Snijd het – na de dikste nerven te hebben verwijderd – in uiterst smalle reepjes.
Maak de dressing door de aangegeven ingrediënten met elkaar te vermengen.
Ontvel de tomaten. Snijd iedere tomaat doormidden, verwijder het zaad en het vocht. Leg ze omgekeerd op een stuk keukenpapier om uit te lekken.
Roer in een kommetje de crème fraîche met de droge witte vermouth en fijngesneden dille door elkaar. Voeg er naar smaak wat zout en peper aan toe.
Haal de slareepjes door de dressing. Leg op ieder bord een bedje slareepjes. Vlei de plakjes gerookte zalm op een aantrekkelijke wijze over de slabedjes. Leg de gevulde eieren erbij en lepel in iedere tomaathelft een beetje dillesaus. Leg op ieder bordje een tomaatje met saus.

De saus die bij dit voorgerecht wordt opgediend krijgt een heel bijzonder karakter wanneer u de dille vervangt door een theelepel kaviaar.

Heldere bouillon met engelenhaar

Basisrecept voor kippebouillon

  • 350 gr kippepoulet en evt karkas van rauwe kip
  • 1 grote ui in ringen
  • 1 dunne prei of twee bosuitjes in ringetjes
  • 2 worteltjes in plakjes
  • 4 takjes peterselie, grof gesneden
  • 2 takjes bladselderij, grof gesneden
  • 1 takje verse tijm (of een mespuntje gedroogde-)
  • stukje foelie
  • ½ laurierblad, verkruimeld
  • 6 zwarte peperkorrels, licht gekneusd
  • stukje citroenschil

Doe de poulet en het in stukjes gehakte karkas in een pan. Giet er 2 lt water op en breng het aan de kook. Schuim de oppervlakte enige malen zorgvuldig af en voeg de overige ingrediënten toe. Laat het geheel op een zeer matige warmtebron gedurende 2 à 2½ zachtjes trekken.

Zeef de bouillon door een passeerdoek. Laat de bouillon afkoelen en koud worden. Schep het gestolde vet eraf. Breng de bouillon opnieuw aan de kook en laat hem zolang indampen tot er niet veel meer dan 8 à 9 dl is overgebleven.

Voor de afwerking

  • 20 à 25 gr engelenhaarvermicelli of transparante rijstvermicelli
  • zout
  • peper uit de molen
  • ½ el fijngehakte peterselie

Gebruik 1 dl bouillon voor het koken van de vermicelli (volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking). Spoel de vermicelli daarna af onder stromend water en laat deze uitlekken.
Breng de rest van de bouillon aan de kook en voeg er naar smaak zout en evt peper aan toe.
Verdeel de vermicelli over voorverwarmde borden of kommen. Schep de kokende bouillon erop en bestrooi de bouillon daarna met een beetje fijngehakte peterselie.

Gevulde kalfsborst met noten

  • 600 gr kalfsborst, ontbeend en opengesneden
  • zout
  • peper uit de molen
  • 125 gr boter

Voor de vulling

  • 150 gr kalfsgehakt
  • 1 klein eitje, losgeroerd
  • ½ el melk
  • 1½ el broodkruim van oud witbrood
  • 50 gr hazelnoten, gepeld en ontvliesd
  • 50 gr walnoten, gepeld en ontvliesd
  • ½ à 1 el gesnipperde truffel uit potje of blikje
  • 1 el truffelnat
  • 1 el cognac, armagnac of madera

Voor de saus

  • 2½ dl kalfsfond
  • 2 el truffelnat
  • klein trosje muskaatdruiven
  • 20 gr ijskoude boter

Maak het vlees van binnen en buiten droog met keukenpapier. Wrijf het vlees aan de binnenzijde in met wat zout en peper.
Verwarm de oven voor tot 200°C. Plaats het rooster iets onder het midden in de oven. Maak het gehakt aan met zout en peper. Vermeng het losgeroerde ei met de melk en roer daar het broodkruim door. Laat het mengsel ca 10 min staan.

Hak of maal intussen de noten in kleine stukjes. De noten mogen beslist niet ragfijn worden gemalen! Schep de noten door het eimengsel en voeg er daarna gesnipperde truffel, truffelnat en cognac, armagnac of madera aan toe. Schep alles goed door elkaar en meng er vervolgens het gehakt door.
Strijk het mengsel uit over de opengesneden binnenzijde van het vlees. Vouw het dicht en bind het vlees op met rolladetouw.

Verhit 100 gr boter in een pannetje en wacht tot het schuim op de boter voor een groot deel is weggetrokken. Schenk daarvan éénderde in de ovenslee. Leg het vlees in de slee met de eventuele vetrand naar boven gekeerd. Giet de rest van de hete boter over het vlees. Plaats de ovenslee op het rooster in de voorverwarmde oven. Reken op een oventijd van ca 1 uur.
Temper na 5 min de ovenwarmte tot 175°C. Bedruip het vlees tijdens het braden regelmatig met de braadboter en voeg tweemaal een klontje van de resterende boter toe; hierdoor wordt voorkomen dat de braadboter al te donker wordt.
Voeg na ca 30 min een scheutje kokend water of bouillon aan de braadboter toe en herhaal dat nog enkele malen (met tussenpozen van 10 min).

Neem het vlees na het verstrijken van de braadtijd uit de oven en laat het – evt afgedekt met aluminiumfolie – tenminste een kwartier op de snijplank rusten.
Verwijder de braadboter uit de ovenslee. Blus de slee daarna met een flinke scheut (ruim 1 dl) kokend water of hete bouillon. Roer alle aanzetsels van de bodem goed los en laat alles even flink doorkoken.
Zeef het mengsel daarna door een bevochtigde passeerdoek en voeg het aan de kalfsfond toe. Laat alles zolang indampen tot er niet meer dan 2 dl is overgebleven.

Voeg er naar smaak wat zout en peper aan toe. Ontvel intussen de druiven en neem de pitjes uit het vruchtvlees weg. Leg ze in een pannetje en schenk er 0,75 dl van de ingedampte fond over. Breng langzaam tot aan het kookpunt en houd daarna alles goed warm. Voeg aan de resterende fond het truffelnat toe en breng alles aan de kook. Klop er vlak voor het opdienen de ijskoude boter door en neem tijdens het kloppen het pannetje met de saus van de warmtebron.

Snijd het vlees in niet al te dunne plakken. Leg ze dakpansgewijs op voorverwarmde borden en schep de warme druiven met wat aanhangende saus over het vlees. Dien de saus met het truffelnat er apart bij op, in een voorverwarmde sauskom.

Geef er – eveneens apart – zelfbereide gekookte noedels bij.

Het is goed mogelijk om dit hoofdgerecht van tevoren te bereiden. Het vlees kan – nadat het is afgekoeld – op een ingevet ovenrooster, bij een temperatuur van 175°C, in 15 min worden opgewarmd.
De saus met de druiven laat zich in het pannetje gemakkelijk opwarmen, terwijl de saus met het truffelnat eenvoudig in een thermoskan warm kan worden gehouden.

Flensjes met gepocheerde appelen en vanillesaus

Voor de flensjes

  • 35 à 40 gr bloem of zelfrijzend bakmeel
  • snufje zout
  • 1¼ dl melk
  • 1 klein eitje, losgeroerd
  • boter

Voor de gepocheerde appelen

  • 2 zachtzure appelen
    (bijv Golden Delcious of Cox Orange)
  • 4 el honing
  • ½ el citroensap

Voor de vanillesaus

  • 2½ dl melk
  • ¼ vanillestokje
  • 1 tl custardpoeder
  • 1 ei
  • 10 à 15 gr suiker
  • 15 gr ijskoude boter

Voorts

  • evt 50 cl calvados

Bak op de gebruikelijke wijze 4 flensjes: zeef bloem en zout in een kom. Maak een kuiltje in de bloem en voeg iets minder dan de helft van de melk toe. Roer met een garde alles vanuit het midden tot een glad beslag. Klop er vervolgens het eitje en de rest van de melk door tot een vrij dun beslag is verkregen.

Smelt in een flensjespan een klontje boter. Wacht tot het schuim begint weg te trekken. Schep zoveel beslag in de pan tot de bodem er nèt mee is bedekt. Bak de flensjes op een tamelijk hete warmtebron snel aan weerszijden goudbruin.

Schil de appelen, snijd ze in parten (8 stuks per appel) en verwijder de klokhuisdelen. Breng 1½ à 2 dl water aan de kook en voeg daar de honing en het citroensap aan toe.

Roer alles goed door en laat de honing in het kokende water oplossen. Leg de appelpartjes in het hete vocht. Temper de warmtebron en pocheer de partjes gedurende ca een kwartier, tot ze zacht zijn geworden maar nog niet uiteenvallen! De pocheertijd is hier bij benadering aangegeven, omdat veel afhangt van de gekozen soort appelen.
Hierna kunt u de appelpartjes in het pocheervocht op een zeer laag pitje warm houden.

Bereid intussen de vanillesaus door eerst de melk – op één el na – aan de kook te brengen. Voeg het opengespleten vanillestokje toe en laat het 15 min heel zachtjes in de melk trekken. Zeef de melk daarna. Meng de custardpoeder met ½ el melk en roer dat mengsel door de gezeefde, en opnieuw aan de kook gebrachte melk.
Temper de warmtebron en laat alles gedurende 3 min heel zachtjes doorkoken.

Klop intussen de eieren met de suiker schuimig op. Voeg tijdens het kloppen ½ el koude melk toe. Voeg na het kloppen 2 el hete saus toe. Roer alles goed door en schenk het mengsel bij de rest van de saus. Roer alles nogmaals goed door. Neem de pan van de warmtebron en klop er het stukje ijskoude boter door. Houd de saus hierna warm in een thermoskan.

Leg op elk voorverwarmd bordje een in vieren gevouwen en evt met wat poedersuiker bestrooid flensje. Schep er daarna – met behulp van een schuimspaan – vier gepocheerde appelpartjes naast en schenk er enkele eetlepels vanillesaus over. Dien de resterende saus er evt apart bij op, in een voorverwarmde sauskom.

Hierna kunt u – noodzakelijk is dat echter niet – de calvados in een pannetje verwarmen. Schenk over elk flensje een beetje warme calvados en steek de alcoholdamp erboven aan. Op deze wijze kunt u het nagerecht brandend serveren.

De smaak van de vanillesaus krijgt een opvallend accent wanneer u er 1 el sinaasappelmarmelade doorroert. Ook een toevoeging van enkele eetlepels likeur met sinaasappelsmaak verleent aan de saus een bijzondere toets.


Bron: Lekker koken – zo doe je dat

Advertenties

Kerstmenu 2

13 december 2009 11 reacties

Vichyssoise met kaviaar

Fruit 3 fijngesneden preien en 1 gesnipperde ui zachtjes in boter; ze mogen vooral niet bruin worden. Voeg er 4 geschilde en in dunne plakjes gesneden aardappelen en 1 lt kippebouillon aan toe en laat dit sudderen tot de aardappelen gaar zijn. Wrijf alles door een zeef en roer er dan 1 dl room, zout, peper en fijngehakte waterkers door. Laat het bekoelen en schep er dan 2 el zure room, 2 el rode kaviaar en een snippertje ui door. Deze soep moet goed koud worden geserveerd. U strooit er voor het opdienen nog wat peterselie over.

Onder deze mooie Franse naam verschuilt zich een zuiver Amerikaanse soep, die toch ook weer – getuige de kaviaar en de zure room – van Oosteuropese origine moet zijn. Wat fijngehakte komkommer erdoor gemengd maakt de smaak nog fijner. Vermeng de ingrediënten een uurtje van tevoren zodat ze de gelegenheid hebben een eenheid te vormen.

Gevulde varkensrollade

Neem een rollade, snijd de draden los, ontrol het stuk vlees en bestrijk het met de hieronder gegeven uienpuree. Rol het vlees op, bind het weer dicht en braad het in een matig hete oven. (Reken op een half uur per pond.)

Een rollade is altijd een plezierig stuk vlees om op tafel te brengen, maar de geraffineerde vulling van rozijnen, uien, sherry en amandelen maakt het een bijzonder verfijnde schotel.

Een smakelijk variant – rollade gevuld met rode kool & cranberries – vindt u op Anja’s Brutsellog.

Uien ‘belle aurore’

Stoof 24 kleine uitjes in gelijke delen kippebouillon en droge witte wijn tot ze goed gaar zijn. Week ondertussen 75 gr rozijnen in een glas sherry en roer dat dan met een beetje bruine suiker door de uien. Strooi er nog wat geschaafde amandelen over.

U kunt de uien ook in ruim boter zeer zacht stoven en dan met witte wijn afblussen.

Kastanjes met maderasaus

Maak een maderasaus en laat daarin gekookte kastanjes heet worden.

De kastanjes kunt u gekookt in blik verkrijgen. Ze werken met de uitjes samen om deze varkensrollade tot een zeer elegante schotel te verheffen.

Aardappelpuree ‘Chantilly’

Meng een eidooier, 25 gr boter en wat warme room door 800 gr aardappelpuree. Strijk er opgeklopte slagroom op en strooi er dan overvloedig geraspte Parmezaanse kaas over. Laat in een kwartiertje in een hete oven aanbruinen.

Denk er vooral aan dat u de slagroom niet – uit macht der gewoonte – met suiker opklopt!

Meloen met gemberijs

Meng een half potje gemberjam door 7 dl vanille-ijs. Laat dit weer even opvriezen en schep het in door midden gesneden kleine meloentjes. U kunt ook half-om sinaasappelmarmelade en gemberjam nemen en dat met een paar druppeltjes Cointreau parfumeren.

Het leukste zijn heel kleine meloentjes, zodat u ieder een helft kunt geven. Zgn ananasmeloentjes zijn meestal wel de kleinste. Gember vormt een verrassend fijne combinatie met meloen.

Kerstmenu 1

12 december 2009 3 reacties

Tong met gerookte zalm

  • 2 flinke tongen
  • 2 in smalle reepjes gesneden plakken gerookte zalm
  • kappertjes
  • aspergepunten

Pocheer de tongfilets in court-bouillon, laat ze koud worden en schik ze op een schaal. Leg er de reepjes gerookte zalm over en strooi daar kappertjes tussen. Garneer het geheel met aspic en koude gekookte aspergepunten, en geef er een epicurussaus bij.

Deze feestelijke schotel kùnt u niet alleen, maar móet u zelfs bijtijds maken. Leg de reepjes zalm er echter pas op het laatste moment op, anders drogen ze uit. U kunt er een witte Bourgogne (bijvoorbeeld een Chablis) of een witte Mâcon bij schenken.

Reerug ‘Grand Veneur’

Laat een reerug minstens een nacht in een rode wijnmarinade staan. Geef een paar insnijdingen in het vlees en stop daar stukjes mager gerookt spek in. Braad het 20 min in boter in een hete oven, giet dan de gezeefde marinade erover en geef de reerug dan nog minstens 1½ uur bij een matig warme oventemperatuur. Doe 10 min voordat het vlees gereed is wat gesmolten rode-bessengelei en 1 el Franse mosterd bij de braadjus.

Reerug op de manier van de jagermeester is een grandioos gerecht waar een grandioze wijn bij past: van de Saint Emilions een Château Pavie of een Château Ausone of – als u meer een Bourgogne-mens bent – een Chambertain, een Vosne Romanée of een Clos de Vougeot.

Linzenpuree

Laat 200 gr linzen 1 uur met een stukje gekookte ham, wat gesnipperde ui, knoflook en een blaadje laurier in bouillon stoven. Wrijf ze daarna door een zeef en roer er wat boter en (koffie)room door.

Deze bijbelse boontjes zijn hier te lande bijna geheel in het vergeetboek geraakt en dit zeer ten onrechte. Laat vooral de knoflook niet weg en roer er niet te veel room door.

Spruitjes met ‘sauce diable’

Kook de spruitjes zo kort mogelijk in weinig vleesbouillon, giet ze af en roer er wat boter, zout, peper en sauce diable doorheen.

‘Kort koken’ is de gebiedende wijs (en wijze) voor spruitjes. Bijna knapperig zijn ze het fijnst en er is dan geen spoor van de beruchte spruitjeslucht in huis te ruiken.

Mandarijndessert

  • ¼ lt (koffie)room
  • 12 eidooiers
  • 2 el suiker
  • witte basterdsuiker
  • 2 pakjes vanillesuiker

Verwarm de room au Bain-marie en roer daardoor de losgeklopte eidooiers, suiker en vanillesuiker. Laat dit onder voortdurend roeren dik worden.

Giet het in een kom en laat het goed koud worden. Leg er partjes mandarijn op die u eerst 2 uur in curaçao heeft laten marineren. Strooi er een dikke laag basterdsuiker over en maak er met een roodgloeiend gemaakt ijzer (bijvoorbeeld een satépen of sjasliekspies) schuine strepen of ruiten op. Laat het geheel daarna nog even bekoelen tot de karamel bros wordt.

Dit dessert moet zéér koud worden geserveerd, maar denk eraan dat de vla wel bekoeld moet zijn voordat u hem in de koelkast zet.

Toespijs Café Cox

28 augustus 2009 3 reacties

Gisteravond kreeg ik een Hyves-berichtje van een oud-collega (laat ik haar De Limburgse Schone noemen) met wie ik twee decennia geleden wel eens uit eten ben geweest.

Ondanks het feit dat ze mij kortstondig het hoofd op hol heeft gebracht kan ik u geruststellen: veel meer dan samen een vorkje prikken is er niet voorgevallen…

Hoe dan ook: zij herinnerde zich nog een nagerecht waarvan wij ooit gezamenlijk hebben gesnoept in het toen zojuist geopende Café Cox te Amsterdam, gevestigd in de zijvleugel van de Stadsschouwburg.

En die toespijs.. dáár gaat het nu om! Het was naar haar zeggen ‘iets met roomkaas’ maar zij kan het zich niet meer herinneren. Ik ook niet, want vermoedelijk was ik destijds geheel bedwelmd door haar aanwezigheid en heur geurende odeurtje.

Bovendien houd ik niet zo van zoete meuk na de maaltijd, dus dat ik het gerecht toen heb besteld mag op zichzèlf al een opzienbarende gebeurtenis heten.
Iedereen denkt nu: “Tiramisu”! Dat is echter nog maar zéér de vraag…

Is er onder de lezers iemand die zich nog kan heugen welk omvangrijk roomkaastoetje er pakweg 20 jaar geleden op de dessert-kaart van Café Cox stond? Of vraag ik van u nu het onmogelijke?

Categorieën:Restaurants Tags:

Kwee lapis (spekkoek)

25 mei 2009 3 reacties

Vorige week is de Pasar-Tong-Tong-Malam-Fair-Besar weer begonnen. De wàt?!

Precies: uw vraag geeft de spraakverwarring al aardig weer.

Voor degenen die het nog niet wisten: de Haagse Pasar Malam Besar heeft een naamsverandering ondergaan, en heet voortaan Tong Tong Fair.

What’s in a name? A rose is a rose… by any other name it would smell as sweet!

En geuren dóet het daar: naar gerechten uit alle windstreken van de Ind(ones)ische archipel.

Jammer alleen van dat vermaledijde, van staatswege (door Kameraad Klink) opgelegde rookverbod: helaas dus geen heerlijke kretèkwolken meer in de DDR-aan-Zee!

Sommige dingen veranderen echter nooit, dus het hele rijtje beroeps-kroepoeks was weer komen opdraven: van Wieteke en Andres (die van Sandra) tot een Tielman-broertje en de onvermijdelijke Rocky Tuhuteru (die van de gratuite vragen en de makkelijke inkoppertjes).

Radio5 besteedde er gistermiddag uigebreid aandacht aan; de uitgekauwde selamat datangs, selamat makans en selamat siangs waren weer niet van de lucht. Kortom: een hoop tempo doeloe-gedoe.

Laat ik mijn open Indische deurtje vandaag dan ook maar intrappen: een recept voor spekkoek (op hedendaagse Indonesische spijskaarten ook nog wel eens aangetroffen als spekuk) die eigenlijk kwee lapis heet.

Benodigdheden:

  • 1 vanillestokje
  • 4½ ons gezouten boter (Zeeuwse of Bretonse)
  • ½ pd witte basterdsuiker
  • 6 eieren
  • 1 ons bloem
  • 25 gr maïzena
  • 2 el kaneel
  • 2 tl nootmuskaat
  • 2 tl fijngewreven anijszaad
  • 2 tl kruidnagelpoeder
  • 2 tl kardemom
  • 3 el dikke kokosmelk

Het ingrediëntenlijstje mag dan niet zo indrukwekkend zijn, de bereidingswijze is bepaald niet ongecompliceerd. Gaat u even zitten (duduk): het wordt een lang verhaal.

Leg om te beginnen het vanillestokje een half uur in ruim koud water. Snijd het daarna overlangs doormidden, neem met behulp van een theelepeltje het merg weg uit beide helften en houd dit apart.

Roer de boter in een kom tot een zachte massa. Voeg tijdens het roeren het vanillemerg en – beetje voor beetje – de helft van de suiker toe. Roer en klop dit totdat het een fraai glanzende massa is geworden.

Scheid de eieren. Sla de dooiers schuimig op en voeg er tijdens het kloppen de rest van de suiker aan toe. Blijf kloppen tot een mooie schuimige massa is ontstaan.

Klop in een andere kom de eiwitten stijf op. Spatel het eierdooiermengsel zo luchtig mogelijk door het botermengsel.

Zeef de bloem, de maïzena en een mespuntje zout er boven en roer ze door de massa. Spatel daarna zo luchtig mogelijk de stijfgeklopte eiwitten erdoor.

Schep de helft van het nu verkregen beslag in een schone kom en voeg alle genoemde kruiden en specerijen er aan toe. Spatel alles luchtigjes door elkaar.

U hebt nu twee verschillend gekleurde soorten beslag gekregen: lichtgekleurd beslag zònder kruiden en specerijen, en een vrij egaal bruingekleurd beslag mèt kruiden en specerijen. Voeg aan beide beslagjes 1½ el kokosmelk toe.

Schep op de bodem van een ingevette springvorm (Ø 22 à 24 cm) een dunne laag van het bruine beslag (ca 6 eetlepels).

Plaats de vorm onder een reeds hete grill of in een voorverwarmde oven (175°C). Neem de vorm na 3 minuten onder de grill vandaan. Het beslag dient dan juist gaar te zijn.

Schep vervolgens een laagje lichtgekleurd beslag erop en plaats de vorm weer onder de grill. Schakel indien mogelijk de onderwarmte uit.

Verwerk op deze wijze – laag voor laag – al het beslag. Wanneer het bovenste beslaglaagje (bij voorkeur het bruine) gaar is, kunt u de hittebron uitschakelen en de taart nog enkele minuten laten staan, voordat u hem uit de oven haalt.

Verwijder de vorm pas wanneer de koek geheel is afgekoeld.

Categorieën:Recepten Tags: , , ,

Mango-menu

1 september 2008 Commentaar uitgeschakeld

In een speurtocht langs websteks met een dagelijks wisselend menu stuitte ik de voorbije zaterdag op twee gerechten die beiden met mango en citroengras werden bereid. Ze kwamen van Smulweb.

Het voorgerecht vormde een variatie op de aloude ‘mozzarella met tomaat’. In dit recept werd het: mozzarella met mango. Dat was echter nog niet alles want de ingrediëntenlijst bevatte ook chilipepers, citroengras, koriander, limoen en bruine suiker.

WOM en BOV vonden het allebei lekker maar zèlf was ik er niet zo over te spreken: teveel uitgesproken smaakcomponenten die elkaar bevochten om de boventoon te mogen voeren. (En dan heb ik nog kalmpjes-an gedaan met de limoen!)
Kortom: een vrolijk ratjetoe maar met gebrek aan finesse.

Het hoofdgerecht schoof een stuk prettiger van de schotel. Het was gegrilde kabeljauwfilet met citroengras. De saus kende een afgewogen balans tussen de samenstellende delen en ook de garnering vond ik verrassend plezierig van smaak: mango met komkommer.

Vanavond had ik nog was mango over en daar moest dus iets mee. ‘Rijp en zoet’ bestempelde ik dit restant tot bestanddeel van een toespijsje, al wist ik nog niet precies wat dat zou worden.

In de koelkast vond ik een pak milde yoghurt en dus lag het hardhandig husselen van beide componenten feitelijk voor de hand. Alleen krijg je dan een saai soort Mona-toetje…

Maar oh, wat een gelukje: er lag ook nog een pluk overgeschoten koriander! Op de gok gooide ik mango en koriander in de MagiMix tot er een mooie egale gele fruitpulp ontstond met lollige groene snippertjes. Eén keer proeven, en ik was verkocht.

Nu ben ik van nature niet zo verzot op ‘toetjes’ (het woord alleen al!) en alles wat met zoetigheid te maken heeft. Ter illustratie: suiker doe ik eigenlijk alleen in de koffie en dat hoofdzakelijk om dat bittere goedje drinkbaar te maken: het gaat per slot van rekening om de ‘drugs’, nietwaar?

Maar voor dit nagerecht maak ik de spreekwoordelijke uitzondering die de regel bevestigt. Onthouden dus: mango met koriander… da’s een goed huwelijk!

Daarna heb ik de yoghurt er doorheen gemengd, in een verhouding van pakweg 50/50; het toevoegen van suiker is overbodig, mede dankzij de zachte smaak van de milde yoghurt (die niet zo zuurderig is als z’n meeste soortgenootjes).

Voor de poelegrap meng ik er de volgende keer nog een half Spaans pepertje doorheen: eens proeven of dat nog een extra ‘kick’ aan dit gerechtje kan meegeven…

Categorieën:Recepten Tags: