Archief

Posts Tagged ‘Saus’

Gado-gado

19 november 2009 9 reacties

…een voedzame Ind(ones)ische salade van halfgare en rauwe groenten (uit de aard der zaak niet kant-en-klaar in de buurtsuper verkrijgbaar) met een pindasaus, die vanzelfsprekend ook zèlf wordt bereid.

Dit gerecht kan na weglating van tahoe en tempé (en eventueel verhoudingsgewijze vermindering van de overige bestanddelen) als voorgerecht bij een stokje saté worden geserveerd, maar onderstaand recept kan prima als hoofdmaaltijd fungeren.

Ingrediënten

  • 2½ ons groene bladgroente
  • 1 ons kool
  • 1 ons boontjes
  • 1 ons rauwe groente
  • ½ komkommer
  • ½ blok tahoe
  • ½ plak tempé
  • zout
  • 2 el gehakte bladselderij
  • 2 el bruingebakken uitjes
  • 2 hardgekookte eieren
Groene bladgroenten: Koolsoorten: Boontjes: Rauwe groenten:
Spinazie Witte kool Prinsesseboontjes Veldsla
Andijvie Savooiekool Snijboontjes Waterkers
Raapsteeltjes Groene kool Jonge tuinboontjes Komkommer
Spitskool Taugé
Chinese kool Worteljuliënne
Bloemkool

Kies – afhankelijk van seizoen en verkrijgbaarheid – uit elke bovenstaande rubriek minstens één soort groente.

Variaties zijn mogelijk met gekookte (vaste) aardappelen, gekookte maïs, voorjaars- of bosuiringen en ontvelde tomaten.

Maak de groenten schoon. Kook kool en boontjes even op. Spoel de taugé met kokend water af en laat de groenten uitlekken.

Snijd de komkommer in dunne plakjes. Snijd de tahoe en tempé in grove plakken, stoom of kook ze met wat water en weinig zout tot ze gaar zijn. Snijd ze in blokjes van ± 2 cm.

Meng de uitgelekte groenten met de eveneens uitgelekte tahoe en tempé door elkaar en leg ze op een grote schotel. Bedek ze rondom met plakjes komkommer. Bestrooi ze met gebakken uitjes en de gehakte selderij. Snijd de eieren in plakjes en schik deze langs de rand.

Voor de pindasaus:

  • scheut arachideolie (ca 2 el)
  • 1 ragfijn gesnipperde sjalot
  • 1 gesnipperde knoflookteen
  • 1 tl sambal oelek
  • 1 el palmsuiker (of bruine basterd)
  • 1 el citroen- of limoensap
  • 1 el zoete ketjap
  • zout
  • 150 gr pindakaas
  • 2 fijngestampte, gepofte kemirienoten
  • 2½ dl dunne kokosmelk

Verhit wat arachideolie en fruit hierin de uisnippers tot ze beginnen te kleuren. Voeg de knoflook toe en schep dit enkele malen goed om.

Doe er vervolgens de sambal en de suiker bij. Schep opnieuw alles goed om.

Voeg dan citroen- of limoensap, sojasaus en een beetje zout toe. Roer alles goed dooreen.

Voeg de pindakaas en de fijngestampte kemirinoten toe. Schep het mengsel opnieuw enkele malen goed om en doe dan de dunne kokosmelk erbij.

Breng alles onder voortdurend roeren aan de kook. Voeg wat warm water toe als de saus al te dik uitvalt. Laat de saus enkele minuten doorkoken. Blijf wèl voortdurend roeren om het aanzetten op de bodem van de pan te voorkomen.

Houd de saus hierna warm maar laat hem echter niet meer aan de kook raken.

De pindasaus kan over de lauwwarme groenteschotel heen worden gegoten of apart erbij geserveerd. Evt bestrooien met wat verkruimelde kroepoek of cassavechips.

Advertenties
Categorieën:Recepten Tags: , , ,

Balische gado-gado

4 augustus 2009 Commentaar uitgeschakeld

Ter begeleiding van de gisteren beschreven satanskip vandaag het recept voor een Indische groentesalade met kruidige pindasaus.

Ik kies voor de Balische bereidingswijze van deze gado-gado, omdat de saus iets meer uitgesproken smaakt dan in de rest van de archipel. Dit zorgt ervoor dat het groentegerecht niet wegvalt naast de verzengend pittige kip…

Voor de saus:

  • 2 el arachide-olie
  • 1 gesnipperde ui
  • 1 gesnipperde teen knoflook
  • 1 tl sambal ulek
  • 1 el gula Jawa (of bruine basterdsuiker)
  • 1 el citroen- of limoensap
  • 1 el ketjap benteng manis
  • zout
  • 1½ ons pindakaas
  • 2 gepofte kemirienoten
  • 2½ dl dunne kokosmelk

Snipper de ui en de knoflookteen. Verpulver de kemirienoten in de vijzel.

Verhit de olie in wok of wadjan en fruit hierin de uisnippers tot ze beginnen te kleuren. Voeg de knoflook toe en schep dit enkele malen goed om.

Doe vervolgens de sambal en de suiker erbij en schep alles opnieuw goed om. Voeg dan het citrussap, de sojasaus en een beetje zout toe. Roer alles goed door.

Voeg nu de pindakaas en de fijngstampte kemirienoten toe. Schep het geheel opnieuw enkele malen goed om en giet dan de kokosmelk erbij. Breng alles onder voortdurend roeren aan de kook. Voeg evt wat water toe wanneer de saus te dit uitvalt.

Laat de saus enkele minuten zachtjes doorkoken. Blijf vooral voortdurend roeren om het aanzetten op de bodem van de pan te voorkomen. Houd de saus hierna warm maar laat hem niet meer aan de kook komen.

Voor de groenteschotel:

  • 1 ons spinazie
  • 2 jonge worteltjes
  • ca 75 gr tempeh
  • 1 el arachide-olie
  • ½ ons taugeh
  • 1 ons ijsbergsla
  • 1 grote vastkokende aardappel
  • 3 el maïskorrels (conserven)
  • 1 ons sperziebonen (of haricots verts)
  • 1 stukje komkommer
  • 2 lente- of bosuitjes
  • 1 hardgekookt ei
  • 1 tomaat

Stoom de spinaziebladeren gedurende max 2 min. Kook de aardappel gaar, en de boontjes en worteltjes beetgaar. Laat alles goed uitlekken.

Snijd de aardappel, het hardgekookte ei en het stuk komkommer in plakken, de boontjes in stukjes van 3 à 4 cm, de worteltjes in fijne reepjes en de tomaat in partjes.

Snijd de tempeh in kleine dobbelsteentjes en bak ze snel – onder voortdurend omscheppen – in 1 el olie totdat ze rondom mooi goudbruin zijn gekleurd. Laat ze goed uitlekken op keukenpapier.

Was de taugeh in ruim koud water. Verwijder zo veel mogelijk zaadhulsjes. Laat de taugeh uitlekken in een vergiet en schenk dan heel langzaam enkele liters kokend water erover. Laat de taugeh hierna opnieuw uitlekken.

Schik alle bestanddelen soort bij soort op een grote platte schaal en leg hier en daar een plakje ei en een tomaatpartje erbij. Strooi de blokjes tempeh erover.

Dien de warmgehouden saus in een apart schaaltje naast dit gerecht op en serveer er Indonesisch gekruide cassavechips bij. (Wordt vervolgd…)

Categorieën:Recepten Tags: , , ,

Salade sauvage

18 juni 2009 Commentaar uitgeschakeld

Ondanks het feit dat het nog niet ècht wil zomeren, vandaag toch maar weer eens een frisse salade (zonder sla).

Op mijn aankondiging dat het heel gezond zou uitpakken, repliceerde Boze Oude Vader met zijn gebruikelijke stoplap dat bruine bonen óók heel gezond zijn… Maar genoeg daarover.

Ik gebruikte wat er voorhanden was:

  • 1 stengel bleekselderij
  • 1 ons rookspek in blokjes
  • 1 sjalot
  • 2 flinke tomaten
  • ½ komkommer
  • ½ bosje radijs
  • 2 ons fèta
  • een overgeschoten restje doperwten met maïskorrels

Bak de spekblokjes krokant in een koekepan; extra vet is niet nodig, de blokjes scheiden zelf genoeg vet af.

Voeg daar na enkele minuten de fijngesnipperde bleekselderij aan toe en laat alles nog enkele minuten op een sterk getemperde warmtebron doorbakken.

Snipper de sjalot zeer fijn. Snijd de tomaten in partjes en halveer die. Snijd de komkommer in plakjes en maak daar kwarten van. Was de radijs grondig en snijd er zeer dunne plakjes van. Snijd de fèta in kleine blokjes.

Hussel alle bestanddelen – met inbegrip van het spek-selderijmengsel – losjes dooreen en plaats de salade enige tijd in de koelkast.

Bereid een dressing (voorheen gewoon slasaus genoemd, maar geen mens die dat woord nog begrijpt) van:

  • 1 scheutje olijfolie
  • gedroogde slakruiden
  • 1 volle el mayonaise
  • 1 volle el Griekse yoghurt
  • 2 tl Zaanse mosterd
  • 2 tl honing
  • 1 teen knoflook uit de pers
  • 1 tl mierikswortelpuree
  • zout en versgemalen peper naar smaak
  • 1 gesnipperd augurkje of enkele fijngehakte kappertjes

Laat de gedroogde slakruiden even weken in het scheutje olijfolie, voeg daarna de rest van de ingrediënten toe en meng alles grondig door elkaar.

Gelukkig was het buiten nog droog (binnen ook, trouwens…) dus de aangeschafte kippevleugeltjes en een hamburger konden zonder veel omhaal op de korf: beetje invetten, wat kruiderij erover en roosteren maar (ca 8 min).

De hamburger was voor BOV, want hij weigert onder alle omstandigheden met zijn handen te eten. Kipkluifjes zijn aldus niet aan hem besteed.

Voor de koolhydraatjes had ik twee soorten pastasalade uit de supermarkt gehaald.

Kortom: veel gesneden en weinig gekookt, maar wel simpel, voedzaam en lekker!

Categorieën:Gezondheid, Recepten Tags: , ,

Eenvoud siert: braai!

23 mei 2009 2 reacties

Dol ben ik erop: simpele, welluidende Nederlandse synoniemen voor gecompliceerde importwoorden. Zoals bijvoorbeeld ‘kastelein’ in plaats van het tegenwoordig meer ingeburgerde, maar foeilelijke barkeeper.

Zitten aan de bar vind ik hoe-dan-ook een stuk minder comfortabel dan hangen aan ‘toog’ of ‘tapkast’, en een strafschop neem je volgens mij ook nèt iets makkelijker dan een penalty.

Soms kunnen woorden via een omweg hun terugkeer in onze taal beleven, zoals dat bijvoorbeeld gebeurde met het Franse fauteuil (een verbastering van het Nederlandse ‘vouwstoel’; alleen had dat woord in Frankrijk zijn oorspronkelijke betekenis toen al verloren en was tot leunstoel verworden).

De afgelopen – pak ‘m beet – dertig à veertig jaar is de barbecue in zwang geraakt, niet alleen in onze achtertuinen maar helaas ook in onze taal. Vlees roosteren deden we natuurlijk al sinds mensenheugenis maar plots moest dat – “kijk mij nou” – barbecueën gaan heten.

Iets korter geleden maakte het angelsaksische lettergrapje BBQ opgang, waarna heel vleesverhandelend Nederland zijn kaantjes en koteletten ging aanprijzen als barbequeschotel’. (Kijk maar eens bij je seurklager… eh: keurslager.)

Ook sommige eetbloggers maken zich trouwens schuldig aan deze spellingsfout; als je dan tòch monsterlijk Nederlands wilt schrijven, doe het dan tenminste correct!

Zuid-Afrikanen daarentegen – althans, zij die het Afrikaans nog machtig zijn – noemen het ding waarop je varkens brandt en koeien schroeit nog steeds een ‘braai’. Mooi woord voor een simpel ding. Kortom: eenvoud siert!

Nu de temperaturen zomerse waarden naderen werd het tijd om dat apparaat weer eens uit de schuur te slepen. (Jazeker: apparaat, want aan die van ons zit een elektriciteitskabel.)

Een makkelijk receptje: tartaar met remouladesaus en groenteroerbak (ontleend aan deze bereidingswijze op de AllerHande-website, waar ook de afbeelding vandaan komt).

Benodigdheden (4 personen):

  • 4 tartaartjes van ca 1½ ons
  • 1½ pd mini-krieltjes
  • 1 pd sperziebonen
  • ½ pd champignons
  • 3 sjalotten
  • arachideolie
  • biefstuk-kruidenmengsel (steak seasoning)
  • zout
  • peper

Voor de remouladesaus:

  • 6 el mayonaise (ik gebruikte een olijfmayo)
  • 1 sjalot
  • ca 75 gr zoetzure augurken

Snipper drie van de vier sjalotten grof, en één zeer fijn. Hak ook de augurken tot flintertjes. Maak de champignons schoon (niet met water!) en snijd ze in kwarten.

We beginnen met de saus: schep de zeer fijn gesnipperde sjalot met de augurk door de mayonaise en voeg daar naar smaak zout en peper aan toe. Goed omroeren en koel wegzetten.

Blancheer de sperziebonen gedurende een minuut of vijf in lichtgezouten water en giet ze af.

Verhit een scheut arachideolie (pindaolie) in een wok of wadjan en roerbak daarin de krieltjes. Voeg er na 10 minuten de grove uisnippers en de champignonpartjes aan toe. Roerbak weer 5 minuten en doe dan de sperziebonen in de pan. Nogmaals 5 minuten omscheppen en klaar. (Eventueel afblussen met een scheutje droge Franse vermouth.)

Bestrijk de tartaartjes met wat olie of vloeibare boter en bestrooi ze met het kruidenmengsel. Leg ze vervolgens op een heetgestookte braai: 2 x 3 minuten (om-en-om) is voldoende.

Ik pleit voor de terugkeer van de ‘braai’ in onze prachtige taal. En nee: ik ben niet Trots Op Nederland maar wel Trots Op Ons Nederlands!

Ohja… het eenvoudige maaltje was heel smakelijk: zelfs mijn Boze Oude Vader leek het te waarderen. Hij schijnt (vooralsnog) zijn verzet tegen geroosterd vlees te hebben gestaakt.

Voedselfundamentalisten

7 maart 2009 8 reacties

Gisteravond heb ik een gourmetschotel uit de koekepan laten glijden (nee, geen mini-pannetjes op tafel: dat geeft maar walm, gespetter en brandvlekken in het tafelkleed).

Bij die kleine vleeshapjes hoor je dan – zóó jaren '80 – wat sausjes te serveren: bijvoorbeeld knoflook-, barbecue- (ja ècht, zo schrijf je dat!) en whiskysaus.

Die sausjes komen bij mij steevast uit een flesje van Calvé, Devos Lemmens, Duyvis, Luycks, Remia, het Albert Huismerk of nog een andere bereider.

Nu zijn er in Nederland nogal wat foodbloggers en eetschrijvers die daar een hartgrondige afkeer van hebben.

Toegegeven: zèlf ben ik in het algemeen ook geen fervent aanhanger van de ‘pakjes, bakjes en zakjes’ of – in dit geval: potjes en flesjes – maar er zijn grenzen.

Volgens sommigen moet voedsel zo veel mogelijk from scratch worden bereid, zonder industrieel (voor)bewerkte ingrediënten.

Aangezien veel sauzen mayonaise als basis hebben, zou ik die dus zèlf kunnen maken uit eidooiers, olie en mosterd.

Het probleem dat zich nu aandient: mijn mosterd komt óók uit een potje van Calvé, Devos Lemmens, Duyvis, Luycks, Remia, het Albert Huismerk of nog een andere bereider.

Hoe maakt een eenvoudige hobbykok zèlf mosterd uit on(voor)bewerkte bestanddelen? Welnu: daar heb je mosterdzaden, azijn, suiker, water en zout voor nodig.

Het probleem dat zich vervolgens aandient: mijn azijn komt alwéér uit een flesje van Calvé, Devos Lemmens, Duyvis, Luycks, Remia, het Albert Huismerk of nog een andere bereider.

Enfin, u snapt de kwintessens: hoe ver moet een mens volgens de voedselfundamentalisten in ’s hemelsnaam gaan om de Unilevers en andere smurriemakers van deze wereld geheel-en-al buitenspel te zetten?

Tzatziki

2 december 2007 3 reacties

Tzatziki is een traditioneel Grieks bijgerechtje (hetgeen door de Turken uiteraard wordt betwist) bereid met yoghurt, komkommer, knoflook en eventueel wat kruiden. Ik maak het vaak als stokbroodbeleg voor bij de borrel.

Omdat hier ten huize – in verhouding tot de rest van Nederland – betrekkelijk laat wordt gedineerd, nemen we rond klokke zes ruim de tijd voor wat happen en een goed glas.

Dagelijks gaat er wel een afbak-stokbroodje doorheen (op het moment van schrijven € 0,17 bij AH) plus wat cream crackers of Melba-toast voor De Patiënt.

Tzatziki is heel eenvoudig te bereiden:

  • ½ komkommer
  • 3 à 4 volle el magere Griekse yoghurt
  • 1 teen knoflook uit de knijper
  • snufje zout
  • witte peper

Rasp de halve komkommer met het grove deel van de schaaf en laat het goed uitlekken; help desnoods een handje door het vocht er lichtjes uit te drukken.

Meng vervolgens de yoghurt door de komkommer en voeg daar de knoflook, het zout en de witte peper aan toe. Nogmaals goed dooreen roeren en even afedekt in de koeling laten staan om de smaken goed te laten intrekken.

Formeel zou er nog wat azijn (of citroensap) en olijfolie in moeten maar dat laat ik achterwege. Variaties: met dille, peterselie, munt of koriander.

Categorieën:Recepten Tags: , , ,

Paddestoelenpasta

5 oktober 2007 Commentaar uitgeschakeld

Soms moet koken – om wat voor reden dan ook – simpel en snel. Hier een pastagerecht dat eenvoudig, en in pakweg een kwartiertje kan worden bereid.

Benodigdheden:

  • 1 ui
  • 1 teen knoflook
  • 3½ ons paddestoelen (bijvoorbeeld Shii-takes, oesterzwammen en kastanjechampignons)
  • 2 ons hamreepjes (juliënne)
  • 1 potje ‘Funghi Porcine‘ van Grand’Italia
  • 1 ons groene aspergetoppen
  • pasta (bij voorkeur: volkoren)

Snipper zowel ui als knoflook en halveer de (schoongewreven) paddestoelen. Doe een heel klein beetje bakvet in een koekepan en fruit daarin de ui en de knoflook. Voeg daar vervolgens de gesneden paddestoelen aan toe en bak het geheel onder voortdurend omschudden.

Zodra de paddestoelen zijn geslonken de hamreepjes toevoegen en deze nog enige minuten meebakken. Eventjes afblussen met een scheutje Noilly Prat of droge sherry. Dan de warmtebron temperen, om aanbakken te voorkomen.

Snijd ondertussen de platte uiteinden van de aspergetoppen en was ze daarna zorgvuldig. Breng in een klein pannetje wat water aan de kook en doe daar de aspergetoppen in (ca 8 minuten zachtjes laten koken).

Doe de Funghi Porcine bij het paddestoelenmengsel en roer het geheel om tot een mooie saus; niet laten koken! Doe deze saus over in een (voorverwarmde) schaal en strooi daarover de inmiddels gaar geworden – en uitgelekte – groene aspergetoppen. Houd de saus eventueel warm in een oven op 90°-95°C totdat de pasta klaar is.

Kook tenslotte de pasta, maar nóóit volgens de aanwijzingen op de verpakking! In Nederland dient de kooktijd steevast met twee minuten te worden verminderd, dus als er staat ‘8 minuten koken’ kan in het algemeen worden volstaan met 6 minuten.

En onthoud de belangrijkste Italiaanse stelregel: ‘de pasta wacht niet op de gasten… de gasten wachten maar op de pasta!’

Serveren met grof geraspte Parmezaanse kaas of Pecorino en eventueel wat fijngeknipte krulpeterselie.