Archief

Archive for the ‘Eetgewoonten’ Category

Bedtijd

22 oktober 2009 13 reacties

In het verleden heb ik hier wel eens enkele kritische opmerkingen gemaakt over de merkwaardige etenstijden die grote groepen landgenoten kennelijk hanteren. Vandaag is aan mijn verbijstering een nieuw element toegevoegd…

Laat ik beginnen met u kond’ te doen van het feit dat mijn Arme Oude Vader – na drie weken revalidatie-oord – sinds vanmorgen weer thuis is. Het vergde wat stampij om hem uit de zorgtentakels te ‘bevrijden’ maar ik ben nu eenmaal zo koppig als een Zaankanter en dùs het is gelukt.

Randvoorwaarden waren wèl: een aangepaste rollator voor binnenshuis, een rolstoel voor buitenshuis en thuiszorg voor het maken van ochtend- en avondtoilet. Allemaal geregeld.

Vanavond zou de thuishulp voor het eerst opdraven. Ze arriveerde om… jawel: kwart over acht! Juist toen ik bezig was de warme maaltijd te serveren. Het was potdikke nog pasta óók (met iets vissigs) en die kan – zoals u weet – niet wachten.

Ik dacht dat ik uit m’n vel sprong. Wie bedenkt zoiets? Wat is dat voor ’n mallotig idee om mijn vader rond half negen in bed te komen stoppen?! Alsof ‘ie morgenochtend om half vijf de koeien moet melken.

Op het ogenblik van schrijven is het half tien en zitten mijn ouders (vader nu gehuld in nachthansopje) eindelijk aan tafel. Pasta verprutst, mijn humeur vèr onder het nulpunt.

Advertenties
Categorieën:Eetgewoonten, Verhalen

Noenmaal

18 augustus 2009 3 reacties

…in Nederland meestentijds als lunch aangeduid.

Een goede vriendin zorgt maandelijks voor een zakelijke middagmaaltijd wanneer de vertegenwoordigers van haar werkgever de bedrijfsvestiging bezoeken.

Op de vraag wat ze dan zoal serveert kwam ze niet veel verder dan (cup-a-)soep, een broodje gezond en kroketten.

Toen ik gokte dat er dan een glaasje (karne)melk naast werd gezet – hetgeen inderdaad het geval bleek – was mijn teleurstelling compleet.

Als je één keer per maand bij je baas voor een zakenlunch wordt uitgenodigd, mag je toch wel iets méér verwachten dan het deerniswekkende standaardpakket dat je in elke droeve bedrijfskantine kunt aantreffen.

Een jaar of twintig geleden werd ik door mijn baas geregeld naar klanten in Vlaanderen gestuurd. Het was altijd een feest om daar het noenmaal te gebruiken: niet in refter of kantine maar ‘op restaurant’!

Ik breek hier graag een lans voor de Vlaamse eet- en drinkcultuur:

Het begon om een uur of één steevast met een bolleke (Belgisch bier) bij wijze van aperitief. Daarna volgde een meergangenmenu van kleine, lichtverteerbare gerechten onder begeleiding van een goed glas wijn.

In België is het drinken van wijn of bier bij de lunch gebruikelijker dan in Nederland.

Rond 15.00 u werden de zakelijke besprekingen weer hervat.

Hier enkele suggesties voor een op Vlaamse leest geschoeide (zaken)lunch:

• kervel– of mosselsoep

• lauwwarme salade met kip of een puntje zalmquiche

• eendeborstfilet of paling in ’t groen

• flan (= caramelpudding)

Bereidingswijzen zijn overvloedig voorhanden op internet. Veel succes ermee, Mary!

Categorieën:Eetgewoonten, Verhalen

Familiebezoek

6 juli 2009 3 reacties

Dat viel aanvankelijk om den drommel nog niet mee. Noem me een regelneef – of desnoods een control freak – maar dat ik vanaf dag één de regie over de maaltijden volledig kwijt was, zinde me bepaald niet.

Zoals dat met meer moderne moeders het geval is, laat ook mijn zuster zich leiden door de voorkeuren van haar nakroost. (Wat is er toch terecht gekomen van het adagium ‘eten wat de pot schaft’?)

In feite waren de Balorige Neefjes dus gedurende een week de baas, vermoedelijk zonder dat ze dat ze daar zèlf erg in hadden: hun moeder anticipeert al ’s voorshands op de wensen van het pubergrut.

Hetgeen betekende dat we dagenlang stevig Hollandse winterkost kregen voorgeschoteld, en dàt terwijl vorige week de houtduiven wegens de aanhoudende hitte halfgeroosterd uit de dennebomen duikelden!

Op één van die dagen was er traditionele zuurkool met pieperpuree, rookworst en uitgebakken spek voorzien.

Feitelijk had ik me beter ook niet met de inkoop kunnen bemoeien, want toen ik thuiskwam met eerlijke, verse ingrediënten van betrouwbare leveranciers, was het hek helemaal van de dam.

Of ik niet wìst dat de Balorige Neefjes hun zuurmeuk liever uit laffe pakjes van de super eten in plaats van de èchte van het vat, en de quasi-worsten van Unox prefereren boven een ambachtelijk gerookte Gelderse van de lokale slager?!
Nog een wonder dat spekblokjes en Doré’s ongeschonden door de keuring kwamen…

Voor mij was toen de maat even helemaal vol en die avond heb ik voor het ‘genoegen’ van een gezamenlijke maaltijd bedankt om later (tegen het middernachtelijk uur) een kostje bijeen te scharrelen van een restje Indisch en enkele koude kippevleugeltjes met pindasaus.

Mocht u zich zorgen maken: dat is helemaal nergens voor nodig. De volgende dag was de lucht alweer geheel geklaard en de rest van de tijd heb ik me keurig aangepast aan de merkwaardige mores de manger van het tropische stel.

Inmiddels zijn rust en regelmaat weergekeerd, nu de dierbare verwanten zijn afgereisd naar hun Zuid-Franse pied à terre.

Een restantje zuurkool-met-worst is gisteravond door mijn Boze Oude Vader soldaat gemaakt; voor mijn Wijze Oude Moeder heb ik een schelpjespasta met zeevruchten en rivierkreeftjes bereid. Meloen met Coburger rauwe ham vooraf, gemengd vers zomerfruit als toespijs.


Mijn voorgenomen ‘vakantie’ is aldus voorbij; als doekje voor het bloeden mag ik nu op kosten van zus en zwager een verjaarscadeau uitzoeken, zijnde een nieuwe notebook!
Daar ben ik de komende dagen nog wel even zoet mee…

Categorieën:Eetgewoonten, Verhalen

Melkmuiltje

29 juni 2009 1 reactie

Zit je als gemankeerd motorrijder en prominent CDA-lid eindelijk op je parlementaire krent in Brussel c.q. Straatsburg… hoe luidt dan je eerste voorstel? Melk!

Zie Het Parool: CDA-ers missen melk in Brussel

Tuurlijk: logisch toch? Al die andere euro-parlementariërs nuttigen hun noenmaal smakelijk, met een bolleke bier of een goed glas Graves, maar de steile Calvinist moet aan zelfkastijding doen en kiest dus liever voor een bekertje zuigelingendrank als begeleider van z’n kleffe witte puntje met een lapje zwetende kaas. Het leven is per slot van rekening een treurig tranendal, nietwaar?

Met permissie, maar ik vind dat een vostrekt bespottelijk idee. Als ik Wim van de Camp was zou ik elke middag zonder dralen aanschuiven bij de mediterrane collega’s die wèl weten wat lekker is!

Categorieën:Columns, Eetgewoonten Tags:

Vervolg ‘Typisch Australisch?’

6 juni 2009 Commentaar uitgeschakeld

Als ik het niet had gedacht…!

Vandaag in dagblad Trouw:

“Hollandse kost maakt plaats voor steaks van de barbecue”

Enkele citaten:

«(sergeant) Bernie vindt het ‘niet zo slecht’, al zou hij graag meer fruitsalades en grotere stukken vlees op het doordeweekse menu zien.»

«Het Australische ministerie van defensie heeft vanwege de klachten besloten om tien eigen koks naar Uruzgan te sturen, die in elk geval de wekelijkse barbecue verzorgen met authentiek Australisch varkens-, rund- en lamsvlees.»

«Het eetfestijn met veel en vooral grote steaks is het directe gevolg van klachten over het ‘smakeloze’ eten dat Australische militairen in de eetzaal van Kamp Holland krijgen voorgeschoteld.»

Bron: Trouw, © 2009
Het artikel is niet digitaal beschikbaar


Overigens ben ik nog even op zoek gegaan naar ‘typisch Australisch’.

Echt inheemse recepten zijn in dit werelddeel nauwelijks te vinden. De kookkunst wordt er nog beheerst door de tradities in de landen vanwaar de huidige bewoners afkomstig zijn. Het spreekt bijna vanzelf dat de Britse keuken er favoriet is.

Wel is de invloed van de polynesische keuken in Australië merkbaar en dat uit zich vooral in het verwerken van tropische vruchten. Ook de invloed van de Italianen – de tweede belangrijke immigrantengroep – is steeds nadrukkelijker aanwezig.

Ik stuitte op de volgende gerechten:

Australian salad: Australische salade
De Australiërs beschikken over vele verschillende soorten vruchten, die men graag met ijsbergsla of gesnipperde witte kool vermengt en al dan niet met wat blokjes gekookt vlees of ham als een voorgerecht opdient.

Kangaroo-tail soup: kangoeroestaartsoep
De soep van kangoeroestaart wordt eigenlijk precies zo bereid als met een ossestaart. De soep kenmerkt zich door een opvallende wildsmaak. In veel Australische gezinnen kookt men ook enkele eetlepels gort in de soep mee.

Australian meat pie: gehakttaart
Een met voornamelijk gehakt en ketchup gevuld deegbakje ter grootte van een hand, dat doorgaans als snack wordt gegeten.

Lamb stew with plums: stoofschotel van lamsvlees met pruimenjam…
uien, wortelen, aardappelen, bleekselderij en appelen.

Carpet bag steak: tournedos met oesters
De Franse keukenmeester Paul Bocuse verraste zijn gasten jaren geleden door de Carpet bag steak op zijn restaurant-kaart te zetten. Heel lang heeft deze Australische specialiteit niet op het menu gestaan, want de gasten van Bocuse toonden weinig animo voor dit gerecht…

Apricot cream: abrikozencrème
In Australië schept men graag verse vruchten door de abrikozencrème. Veruit favoriet zijn druiven, die van te voren ontveld en ontpit dienen te worden. Soms voegt men ook wel enkele eetlepels apricot-brandy aan de puree van gedroogde abrikozen toe.

Poe: nagerecht uit de oven met tropische vruchten…
zoals papaja, banaan, mango en ananas, overgoten met vruchtenpuree en slagroom of kokosmelk

Tot slot: Australië wordt omspoeld door visrijke zeeën. Doorgaans wordt de vis heel eenvoudig bereid. Pocheren of roosteren zijn de meest gebruikte bereidingswijzen. Kreeften en andere schaaldieren eet men gekookt of geroosterd, terwijl schelpdieren er steeds vaker rauw worden verorberd.

Categorieën:Eetgewoonten, Media Tags:

Typisch Australisch?

3 juni 2009 2 reacties

In verscheidene kranten en bladen (Spits, NRC, Telegraaf en Elsevier) werd vandaag melding gemaakt van het feit dat Australische militairen – die samen met ‘onze’ jongens (m/v) in Tarin Kowt zijn gelegerd – niet langer gediend zijn van de Hollandse pot.

Dit gegeven leidde tot vragen in het Australische parlement, en de verantwoordelijke bewindsman heeft nu toegezegd met spoed een eigen keukenbrigade naar Afghanistan te laten overvliegen, om daar typisch Australische gerechten te gaan bereiden.

Bij die Australische weerzin kan ik me van alles voorstellen: de meeste Nederlandse kostjes vind ook ìk niet te eten. Op mijn lijstje van walgvoer staan bruine bonen met stip op nummer één. Van stamppot moet ik al evenmin veel hebben en soep vind ik zelfs helemáál geen eten, om nog maar te zwijgen over slobberige toespijzen.

De berichten in de media sterken mij in m’n diepgewortelde overtuiging dat ons land geen behoorlijke eetcultuur kent, en dat ‘de Nederlander’ niet kan koken. In dat opzicht is er dus nog wel een ‘evangelie’ te verspreiden…

De vraag die mij ondertussen bezighoudt: wàt is (afgezien van grote – op de barbie geroosterde – hompen vlees) nu ‘typisch Australisch’ eten? En meteen daar achteraan: waarom krijgen al die jongens en meisjes niet gewoon de lokaal gangbare maaltjes voorgeschoteld?

When in Rome, do as the Romans do…

Naar wat ik er van weet is Afghaans voedsel behoorlijk wat smakelijker (want kruidiger) dan de zouteloze prutjes die er kennelijk vanuit onze veldkeukens worden opgediend.

Om zich in te dekken heeft de Nederlandse legerleiding trouwens de schuld op het bordje van de cateraar geschoven. En dat is… een Duitser:
Supreme Foodservice GmbH uit Frankfurt-am-Main!


Lees ook: Vervolg ‘Typisch Australisch?’

Categorieën:Eetgewoonten, Media Tags:

Erfgoed

9 maart 2009 3 reacties

Gerrit Jan Groothedde – de Eetschrijver bij uitstek – had het in zijn reacties op mijn laatste stukje tot twee keer toe over ‘erfgoed’. Hij doelde daarmee op ‘smaak’. En hij heeft gelijk: smaken behoren tot ’s lands culturele erfenis en dienen als zodanig te worden beschermd.

Spruitjes horen naar mijn stellige overtuiging bitter te zijn en niet door Wageningse voedingstechnologen te worden omgetoverd tot zoete groenbonbons, opdat de verwende vaderlandse vlegeltjes een nieuwe afzetmarkt vormen daar die dreinende deugnieten ze nu plots wèl schijnen te lusten!

Echter: smaken zijn ook aan veranderingen onderhevig. Niet alleen smáákt moderne patat-friet anders dan vroeger, het ruíkt zelfs anders. Als kind kon ik van een frituurluchtje nog wel trek krijgen, tegenwoordig loop ik bij het naderen van een patatkraam liever een blokje om.

Misschien ligt dat aan mij (het is bekend dat met het klimmen der jaren ’s mensen smaak verandert) maar misschien ook aan de piepersnijers die andere aardappelrassen inzetten voor hun eindproduct, of aan de olieboeren die nu een heel ander vetje in het frituur doen belanden dan pakweg vier decennia geleden. Ik weet het niet.

Maar de vraag luidt: is dat erg? Moet de teloorgang van oude smaken als drama worden gekenschetst? Zouden wij vandaag-de-dag nog lekker vinden wat onze ouders en grootouders in hùn tijd smakelijk vonden?

Geen idee eigenlijk… maar het is wèl een interessante vraag. Door de tijden heen zijn er vanzelfsprekend smaken verloren gegaan.

Mijn Boze Oude Vader vertelt nog wel eens horror-verhalen over vooroorlogse ‘macaroni met boter en suiker’ (geserveerd als was het rijstebrij) of – oh gruwel! – karnemelkse grutte- dan wel gortepap, mengsels waarvoor ik als kleuter reeds mijn neus ophaalde.

En dan zwijg ik nog over de onappetijtelijk ogende bereidingen van middeleeuwse dissen, of – nòg verder terug in de tijd – Romeinse spijzen.

Wat bijvoorbeeld te denken van de ‘komkommersalade’ van Apicius? Het recept kreeg ik toegezonden door een lieve vriendin (de al vaker genoemde Heemsteedse Blom) die zich professioneel heeft verdiept in de culinaire nalatenschap van de Romeinen.

Ingrediënten:

  • 1 komkommer, geschild en in dunne schijfjes gesneden
  • 1 tl gehakte (of verse) polei
  • 1 el garum
  • 1 el rode wijnazijn
  • 1 mespuntje asa foetida

Alle bestanddelen mengen en enige uren gekoeld wegzetten alvorens op te dienen.

Hallo, bent u daar nog? Ik weet niet hoe het u vergaat, maar de enige bestanddelen die ik in dit recept herken zijn komkommer en wijnazijn.

Maar ik zal u niet langer in spanning houden:

Polei: een giftige plant die behoort tot de lipbloemenfamilie. Uit de plant wordt etherische olie gewonnen. De olie heeft een zware muntgeur en wordt voornamelijk gebruikt in wasmiddelen en goedkope parfums.

Goed… die vervangen we dus alvast door de niet giftige munt (in toenemende mate foutief aangeduid als mint maar dat is Engels).
Ik zit namelijk niet te wachten op schadeclaims wegens het aanzetten tot (zelf)vergiftiging.
Overigens heeft Apicius – nadat hij zijn fortuin had verkwist aan extravagante feesten en maaltijden – zelfmoord gepleegd door het innemen van vergif, maar dit terzijde.

Garum: vissaus die door de Romeinen werd gemaakt door pekel toe te voegen aan de ingewanden van vissen als ansjois, harder of sprot, die men 2 à 3 maanden liet gisten en inweken. De beste garum zou men maken van de ingewanden van tonijn, samen met bloed, sap en kieuwen. Dit moet men zouten en ten hoogste twee maanden laten fermenteren.

Veel Romeinse garumfabrieken lagen aan de zuidkust van het Iberisch schiereiland, mogelijkerwijze omdat daar grote scholen tonijn en makreel vanaf de Straat van Gibraltar passeerden. Ze hadden allerlei bakken en vaten waarin de saus kon fermenteren. Wegens de stank lagen de fabrieken doorgaans een stuk buiten de stad!

Noem mij een watje of desnoods een doetje, maar dat proces ga ik dus niet proberen na te bootsen. Liever kies ik dan voor het kant-en-klare Thaise equivalent: nam pla.

Asa foetida (ook wel ‘duivelsdrek‘ genoemd): sterk ruikende gomhars, een kruiderij die vooral in de Hindoestaanse keuken wordt gebruikt. Ruikt bedorven, wee en walgingwekkend en smaakt bitter-scherp. Desondanks dient het in kleine hoeveelheden als bestanddeel in sauzen en kerrie’s. Vanwege de sterke geur is het verstandig asa foetida in een goed afgesloten, luchtdicht potje te bewaren.

Jakkiebah! Soms is het misschien maar beter dat smaken veranderen en erfgoed (hoewel overgeleverd) niet overleeft…
Meer recepten van Apicius vindt u op de Apiciana website van Janiek Kistemaker.